Posts tonen met het label Balzac. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Balzac. Alle posts tonen

maandag 22 december 2008

2008: Terugblik


Op lezingen loop je soms onverwachte mensen tegen het lijf. Op een avond in Brussel betuigde Paula Semer me haar enthousiasme. Ik vroeg haar beleefd om een foto. Ze stemde vriendelijk toe. Andere ontmoetingen en herinneringen uit 2008 op een rijtje.
24 Februari : Lezen op zondag
Op 24 februari nodigde Cyriel Van Tilborgh me uit voor zijn literaire evenement Lezen op zondag. Het toeval bracht me tegenover Karl van den Broeck die met veel plezier Parijs retour had gelezen, en met nog meer plezier vragen op me afvuurde. Sindsdien schrijf ik nu en dan een stuk voor Knack over de Franse letteren.
10 April : Leesfeest De Leeswolf
Jen De Groeve van het onvolprezen literair-kritische tijdschrift De Leeswolf vroeg me om (samen met Marc Reugebrink) op hun recensentendag enkele feestelijke en autobiografische woorden te spreken.
16 April : Als kok in Frankrijk
Op 16 april werd Als kok in Frankrijk boven de doopvont gehouden in het Consulaat-Generaal van Frankrijk. Gastsprekers Jeroen Meus en Willem van Zadelhoff lieten hun appreciatie met appetijtelijke welbespraaktheid blijken. De heer Meus herinnerde zich maanden later dat er wel wat smakelijke Simenontaferelen in mijn boek stonden en nodigde me prompt uit voor de Plat préféré van Simenon.
Ondertussen is Als kok in Frankrijk toe aan zijn tweede druk, en wist het enkele vooraanstaande lettervreters en gourmands te bekoren. De Standaard-journalist Peter Jacobs beweerde voortaan liever uit mijn boek te lezen dan alweer ontgoocheld te worden in een Frans restaurant, foodie en tekstwetenschapper Edward Vanhoutte schreef een succulente recensie en NRC-boekenhoofdman Pieter Steinz las op de Nederlandse radio enthousiast een halve bladzijde voor.
5 Juni: Alumnus van het jaar van faculteit Letteren & Wijsbegeerte
Op 5 juni werd ik gehuldigd als Alumnus van het jaar van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Decaan Jef Verschueren nodigde me in september uit om voor 500 aanwezigen de proclamatie L&W met enig literair-culinair vermaak te larderen.
14 Juli: Bleublancrouge
Op 14 juli startte ik met deze blog, een poging om het mij steeds maar weer opgespelde etiket van francofiel met wat extra luister in te kleden. Een selectie van de items komt ook op de Knackblogs terecht, waaruit dan weer af en toe een stukje wordt geplukt om in de papieren Knack te publiceren.
Juni & oktober: Mont-Noir
Als laureaat van de Villa Marguerite Yourcenar mocht ik dit jaar twee maanden in alle rust gaan schrijven in het idyllische kader van Frans Vlaanderen. Een gouvernante (de sympathieke Annette) bereidde heerlijke gerechten, en vier collega’s deelden met plezier mijn lot (Stéphane Audeguy, Frédéric Boudet, Abha Dawesar en Vannesa Gault). Enigszins bedroefd keerde ik op 1 november terug naar Antwerpen.
Herfst (1): Willem van Zadelhoff
Willem had me gevraagd om (alweer samen met Marc Reugebrink) enkele woorden te plengen op de voorstelling van zijn schitterende roman Vuur stelen. In het publiek bevond zich Letteren-chef Eva Berghmans die me na mijn speech meteen voorstelde om een ingekorte versie in De Standaard te publiceren. Net als bij Karl van den Broeck kun je spreken van een fijne kennismaking. Misschien het begin van een mooie 'gelegenheidssamenwerking'?
Herfst (2): Balzac en Rodin in Antwerpen
In het kader van de boeiende tentoonstelling “Rodin: Balzac, verhaal van een meesterwerk” vroegen Antwerpen Boekenstad en het Middelheim-museum me om drie literaire café’s te organiseren. Volle zalen, enthousiaste reacties, schitterende sprekers. De ontmoeting en samenwerking met volbloed balzacien Franc Schuerewegen en Brel-incarnatie Filip Jordens verliep fantastisch. Ik hoop met hen in de toekomst nog te kunnen samenwerken.
November: PEN
In de schaduw probeer ik mijn kleine steentje bij te dragen aan PEN Vlaanderen, de literaire vereniging die zich inzet voor vervolgde collega’s in het buitenland. Elke gevangen of gedwarsboomde schrijver is er één te veel. Dit jaar heb ik in samenwerking met Paul Goris de website van PEN aangepast en drie blogs in het leven geroepen. Op die manier hopen we onze informatie krachtiger te bundelen. Opmerkelijk dit jaar was ongetwijfeld De Dag van de Gevangen schrijver in het Letterenhuis op 15 november.
December: Eindejaarslijstjes
Knack peilde naar mijn voorkeur inzake de Franse vertalingen van dit jaar, bij De Standaard gooide ik het over een meer algemene boeg (van Tolstoi tot Wannes Van de Velde).
Slotsom
Het was alweer een jaar vol boeken, maar ook met enige wereldse vreugde. Die combinatie zint me wel. Ik vind het heerlijk om in alle stilte en eenzaamheid aan mijn volgende boek te werken, maar geniet er eveneens van om mijn literatuurliefde gedreven gestalte te geven op een podium. Het lijken me steeds meer de twee kanten van eenzelfde medaille. Nu nog het juiste evenwicht vinden. Een mooi voornemen.
(foto: Yves De Baets, na een lezing voor de Vlaamse Club in Brussel)

dinsdag 8 juli 2008

Vakantieboeken


Ontelbare landgenoten trekken tijdens de zomer naar Frankrijk. De zomer wordt steeds meer aangewend om stapels leesvoer in te halen. Je zal het je zeker niet beklagen mocht je één van de volgende Franse romans in je reistas stoppen. Bon voyage! Bonne lecture! 
(Niet vertaalde titels staan in het Frans.)


George Sand, Mauprat. De geschiedenis van een liefde (1837)

Een verhaal met aangrijpende personages en spannende verwikkelingen dat je voert langs donkere bossen, onneembare vestingen, ridders en jonkvrouwen. Besprenkeld met een vleugje exotiek, zoals het in de Franse romantiek hoort. Een prachtige historische roman die speelt in de onbekende, maar wondermooie Berry.


Honoré de Balzac, Eugénie Grandet (1833)

Deze op het eerste gezicht onschuldige roman blijkt bij nader inzien een geraffineerde, ironische beschrijving van een vrek. Het verhaal speelt in Saumur waar je makkelijk kunt ronddwalen in het decor van deze roman. Zo kan je ook literaire genoegens koppelen aan een tocht langs de Loirekastelen.


Alexandre Dumas père, Vingt ans après (1845)

Dumas is een superieure verteller die de hele Franse (en tegelijk Europese) geschiedenis meesterlijk gevulgariseerd heeft en vlijmscherpe dialogen -zo uit het theater gelicht- in het romaneske genre heeft geïntroduceerd. Zijn boeken lees je niet, je verslindt ze. Zo las ik de in mijn Franse versie erg dichtbedrukte 850 blz. van Vingt ans après (het vervolg op De Drie musketiers) op amper vijf dagen uit, waarna ik vol adrenaline “ô maître Dumas” in de marge noteerde. 


Alphonse Daudet, Brieven uit mijn molen (1866)

Over Daudets befaamde molenbrieven wordt wel eens meewarig gedaan, maar sommige bladzijden behoren zonder meer tot de knapste uit de negentiende-eeuwse Franse literatuur. Daudets fantasierijke brieven ontroeren je even vaak als ze je doen lachen, en daar ergens tussenin stuit je op een zuivere vorm van melancholie. Verplichte kost voor liefhebbers van de Provence. 


Guy de Maupassant, Eenzaamheid (verhalen uit 1883-1884)

In zijn beste dagen is Maupassant niet te kloppen op de korte afstand. In zijn verhalen, die vaak pure meesterwerkjes zijn, slaagt hij erin om zonder veel omhaal en literair gepronk het dagelijkse leven treffend te verbeelden. Ze zijn vooral aangewezen als lectuur bij een reis naar Parijs, Normandië of de Côte d’Azur. Eenzaamheid is misschien wel de sterkste bundeling van zijn korte verhalen.


Robert Margerit, La Terre aux loups (1958)

Een spannende, bloederige historische roman waarin Margerit ons een lucide kijk gunt in de hoofden van zijn personages. Bovendien geschreven in misschien wel het mooiste Franse van de 20ste eeuw. Nu eens sensueel en brutaal, dan weer subtiel en terughoudend. De absolute geheimtip voor wie de taal van Molière beheerst. Een meesterwerk! 


Simenon, Maigret en de clochard (1963)

Wat is een reis naar Parijs zonder een Simenon in de rugzak. Er is keuze te over, maar Maigret en de clochard is ongetwijfeld een van zijn allerbeste. De beroemde commissaris is meer geïnteresseerd in de mens achter de misdadiger dan de daad zelf, en net daarom zijn vele Maigrets zo genietbaar. De suggestieve sfeerbeschrijvingen van Simenon laten je in gedachten bovendien moeiteloos langs de Seine of het Canal Saint-Martin lopen. 


Alexandre Jardin, Fanfan (1990)

Fanfan vertelt het ongewone verhaal van een jongeman die weigert zich lichamelijk te geven aan de vrouw van zijn dromen. Hij is er immers van overtuigd dat elke liefde na de eerste coïtus onherroepelijk begint af te takelen. Als antwoord op de vraag "hoe eeuwig verliefd blijven" tovert Jardin de ene spitse vondst na de andere tevoorschijn, die door het geslaagd samengaan van scherts en herkenbaarheid uitgroeien tot een originele liefdesodyssee. 


Gilbert Sinoué, Dochter van Egypte (1991) 

De gelauwerde Gilbert Sinoué weet hoe hij een vlotlezende historische roman moet schrijven: een vleugje erotiek hier, een schepje eruditie daar, een stevige dosis spanning, massa's vlotte dialogen en vooral een niets ontziende vaart waarmee het verhaal naar het open einde holt en die de lezer onherroepelijk meesleurt.


Marie Desplechin, Verlichte gevoelens (1995)

In Verlichte gevoelens komen steevast vrouwen aan het woord die op zoek zijn naar liefde. Dit eeuwige maar oerdegelijke cliché komt hier op een heldere manier aan bod, in vlotte zinnen waar woorden makkelijk hun plaats vinden en bijgevolg ook moeiteloos veel kunnen zeggen. De verhalen lezen zo vlot weg dat je bij het omslaan van de laatste bladzijde verbaasd bent dat zoveel herkenbare gevoelens de revue zijn gepasseerd. Absolute aanrader!


Amélie Nothomb, Filippica’s (1995)

In Filippica’s zet Nothomb haar voorliefde voor het groteske om in sprankelende beeldspraak en hanteert ze de stilistische maatbeker op een beheerste wijze. Het gruwelijke en het adembenemend mooie, het intrieste en het dolkomische reiken elkaar de hand. Als lezer proef je haast zintuiglijk wat er geschreven staat, moet je nu eens schaterlachen terwijl even later je maag omkeert van walging. Misschien wel haar allerbeste boek. 


Anne Wiazemsky, Een handvol mensen (1998)

Emotioneel nooit onderkoeld, nooit sentimenteel, en ook stilistisch perfect in toom gehouden. Wiazemsky schrijft een welhaast klassiek Frans dat de gruwelen van de Russische Revolutie en het persoonlijke parcours van een handvol mensen knap omarmt. Een boek dat bovendien heerlijk wegleest! 


Anna Gavalda, Ik wilde dat ergens iemand op me wachtte (1999)

Niet alleen via het perfect ingeschakelde toeval, maar vooral dankzij een consequent eenvoudig, maar perfect getimed taalgebruik weet Anna Gavalda de lezer met haar verhalen te bekoren. De stijl is opvallend in zijn soberheid: korte zinnen ontdaan van elke sier en zwier, onderverdeeld in meestal korte blokjes, nu en dan onderbroken door eenvoudige dialogen of overgoten met een lichte spot. Dit boek is een snoer van heerlijk met elkaar vervlochten parels. 


Philippe Claudel, Het verslag van Brodeck (2007)

In zijn nieuwe roman Het verslag van Brodeck knoopt Claudel weer aan bij het ambitieuze, epische register van het alom bejubelde Grijze zielen. Deze vlotlezende en spannende, maar ook duistere roman is misschien niet het typische zomerboek, maar literatuurliefhebbers op zoek naar dat tikkeltje meer, moeten Claudel onversaagd in de rugzak steken. 

En indien u niet van ophouden weet, en nog inspiratie zoekt, sla er dan eventueel Parijs retour. Literaire reisgids voor Frankrijk (2008) op na, naar verluidt “een uitstekende metgezel voor Frankrijkgangers” (de Volkskrant). Meer info hier.
Aangepast en ingekorte versie van een lijst die verscheen in het zomernummer 2008 van En France. 

zaterdag 5 juli 2008

Auteur Willem van Zadelhoff over...

Ik wil het over Bart Van Loo hebben. Over het fenomeen Bart Van Loo.
Wat kan deze man onstuimig enthousiast zijn als het de Franse cultuur betreft. Zoals Obelix als baby in een ketel met toverdrank is gevallen, moet de jonge Bart Van Loo op een zeker moment in een borrelende, schuimende ketel Franse cultuur zijn gevallen. Bart Van Loo, de Obelix van de Franse Cultuur. Hoewel de fysieke overeenkomsten met diens vriend Asterix treffender zijn.
Mocht de Franse cultuur ooit dreigen te bezwijken dan zal Bart Van Loo haar terstond reanimeren. Voor mond op mond beademing en hartmassage draait hij zijn hand niet om.
Toen de journalist Don Morrison in een artikel in Time Magazine de Franse cultuur dood verklaarde, schreef Bart een vlammend betoog voor De Morgen. De Franse cultuur is niet dood, schreef hij, nee, zij is springlevend. En die ongemeen rijke cultuur moet als tegengewicht dienen voor onze steeds meer verengelste maatschappij.
Dat is meer dan een opvatting, dat is een roeping.
Als ik Bart Van Loo de Billy Graham van de Franse cultuur noem overdrijf ik niet. Het is sowieso moeilijk te overdrijven als je over hem spreekt.
Ik heb Bart Van Loo leren kennen op de opening van de Boekenbeurs in 2006. Terwijl een eminent Slavist op luide wijze betoogde dat de Russische ziel niet bestond, ontdekten Bart en ik een gezamenlijke voorliefde voor het werk van Balzac en Guy de Maupassant.
Ik zal nooit vergeten hoe wij een paar uur later – het was reeds ver na middernacht – in de stromende regen bij onze fietsen stonden. Nog steeds spraken we - terwijl onze kleren in gestadig tempo doorweekt raakten - over literatuur. Over Franse literatuur. Over Balzac in het bijzonder.
Zoiets schept een band. Bovendien zei hij ook nog eens dat hij mijn boeken heel mooi vindt. Toen heb ik gezegd dat ik zijn boeken ook heel erg mooi vind.
Nu mag ik zelfs op zijn verjaardag komen.
Dezelfde Balzac die ons tot elkaar heeft gebracht, schreef rond 1843 het boekje Les journalistes. Het is onlangs in het Nederlands vertaald.
Balzac probeert in dit werkje op bijna wetenschappelijke wijze journalisten en publicisten te verdelen in soorten en ondersoorten.
Tot welke soort en ondersoort zou Bart behoren? Is hij een windbuil? Een tenor? Een mieroloog of een schrijver met overtuigingen? Ik verdiepte me in de kenmerken van deze ondersoorten maar niets lijkt van toepassing op Bart Van Loo. Misschien de jonge blonde criticus? Misschien... wie weet. Ook die ondersoort deelt Balzac onder in drie variëteiten: de loochenaar, de grappenmaker en de wierookdrager. Een loochenaar is Bart niet. Is hij dan een grappenmaker? Iemand die bijvoorbeeld boeken bespreekt waarvan hij de feiten verdraait. Nee, dat is ook niet van toepassing.
En de wierookdrager is een lofzanger, een zachtaardige jongen zonder gal die van de kritiek een winkel maakt waar volle melk wordt verkocht.
Dat klinkt prachtig maar is ook niet van toepassing op Bart Van Loo.
Nee, als Balzac hem had gekend zou hij zeker nog een andere variëteit hebben bedacht.
Een omschrijving die me beter bevalt, trof ik aan bij Emmanuel Bove in zijn kleine roman Armand. Bove schrijft over de gelijknamige hoofdpersoon: Zijn aandacht was, net als die van kinderen, gericht op alles wat bewoog.
Bart Van Loo heeft oog voor veel, zo niet voor alles. En steeds probeert hij lijnen en verbindingen te zien. Voor hem is de Franse cultuur geen afgebakend terrein. Voor hem kan veel cultuur zijn. Natuurlijk: Balzac, Flaubert en al die andere schrijvers en dichters. Of de schilders, componisten, zangers en zangeressen. Maar ook Grisettes en courtisanes.
En een kip uit Bresse of een walmend stuk camembert. Vooral als die op de juiste manier geserveerd worden. Bijvoorbeeld door een serveerster die tussen de gerechten door een alinea Proust tot zich neemt. Of nog beter door een serveerster die aandachtig luistert terwijl Bart haar voorleest.
Het tweede deel van zijn Frankrijk-trilogie dat vandaag gepresenteerd wordt, gaat dus over eten en daar is niets banaals aan. En het gaat ook over literatuur.
Bart Van Loo doet dat allemaal heel grondig. Hij slaat de lezer meer dan 250 pagina’s lang om de oren met feiten en weetjes zonder evenwel vervelend of saai te worden. Het blijft allemaal even smakelijk. Hij laat ons onder andere kennismaken met de vooruitstekende buik van Karel de Grote, folkloristische Roemeense yoghurt en interplanetaire gastronomie.
En daar hebben we Balzac ook weer met een zeer toepasselijk citaat.
Men zou mensen met een lege maag altijd moeten wantrouwen: iemand die vast, zal weldra onzin uitkramen.
Maar Balzac verschaft ons ook een recept voor een Balzaciaanse omelet. Die zou ik graag eens voor Bart willen bereiden. Maar daarvoor heb je een porseleinen komfoor op vier poten nodig. Zonder dat is dit gerecht tot mislukken gedoemd, begrijp ik uit de tekst.
Veel uit deze bonte grabbelton deed mij regelmatig instemmend knikken.
Bijvoorbeeld deze uitspraak van Alphonse Allais:
Champignons groeien op vochtige plekken. Vandaar dat ze de vorm van een paraplu hebben.
Dat is wetenschap en poëzie ineen. Dat is pure schoonheid.
Bart Van Loo maakt ons op elke pagina deelgenoot van zijn verbazing en verbijstering.
Hij zwalkt als een hunkerende maagd door het culinaire en literaire landschap van Frankrijk. Steeds op zoek naar zaken die hem kunnen verbazen en verbijsteren.
Voor de voorzichtige koks onder ons: u kunt met een gerust hart de recepten in dit boek uitproberen. De meeste recepten heeft Bart Van Loo persoonlijk getest. Zo kwam ik hem eens in de Kasteelpleinstraat tegen terwijl hij een gigantische kip met zich meetorste. Die avond wilde hij een recept voor coq au vin uit proberen. Die was de moeite waarde vertelde hij me achteraf.
Zijn groenten haalt hij dan weer uit de moestuin van zijn vader. Dat is kwaliteit. Hoe dat smaakt. Daarover raakt hij niet uitgepraat. Wat deze Kempense hof van Eden niet allemaal voortbrengt: aardappels, artisjokken, courgettes, aubergines, bleekselderij, knolselderij, sluimererwten, prinsessenbonen, bloemkool, groene kool, witte kool, savooiekool, Chinese kool, boerenkool, broccoli, Brussels lof, doperwten, wortels, pastinaken, spinazie, de prei, komkommer, snijbiet, rode biet, bindsla, Romeinse sla, schorseneren...
U heeft gelijk. Overdaad schaadt.
Maar niet bij Bart Van Loo.
Als kok in Frankrijk zou ik de humane versie van La grande bouffe willen noemen. Met Marcello Mastroianni als Guy de Maupassant, Michel Piccoli als Brillat-Savarin en Philippe Noiret als Honoré de Balzac. En Andréa Ferréol mag George Sand spelen.
Toch is het niet alleen maar rozegeur en maneschijn. Er wordt ook wel eens slecht gegeten in de Franse literatuur. Bijvoorbeeld in A vau-l’eau, een novelle van Joris-Karel Huysmans uit zijn naturalistische periode.
Meneer Folantin, de hoofdpersoon, is gedurende de gehele novelle op zoek naar een goedkoop maar behoorlijk restaurant. Dat is geen sinecure maar de wijze waarop Huysmans dit beschrijft doet ons schateren van leedvermaak. Ook in zijn zoektocht naar de liefde ontmoet Folantin veel tegenslag. Ik citeer:
... hij dook de zijgangen in en probeerde een in het donker verdwenen gedaante te onderscheiden; dikke lagen rouge, hun afzichtelijke ouderdom, hun schaamteloze kleren en smerige kamers weerhielden hem niet. Net als in die gore eethuizen, waar hij van honger het slechtste vlees nog verslond, kon hij om zijn seksuele honger te stillen, genoegen nemen met de prakjes van de liefde...
Dit lijkt me een uitstekende overgang naar het volgende project van Bart Van Loo: de Franse erotische literatuur.
Dat boek moet het sluitstuk worden van zijn Frankrijk-trilogie. Ik kan haast niet wachten.
Ook al omdat Bart praktische boeken schrijft. Met Parijs retour in de hand kun je door Frankrijk reizen. Met Als kok in Frankrijk kun je achter het kookvuur gaan staan. Ik ben zo benieuwd wat je met het volgende boek van Bart Van Loo in de hand allemaal kunt doen. En ik ben niet de enige.
Rede uitgesproken op de presentatie van het boek ALS KOK IN FRANKRIJK van Bart Van Loo in het Consulaat-generaal van Frankrijk te Antwerpen, 16 april 2008.