woensdag 12 december 2018

Luisterboek

Net nu de mensheid op pad wordt gestuurd om vriend en vijand met cadeautjes te verrassen, verschijnt het luisterboek van Napoleon. De schaduw van de revolutie. Dat is geen dag te vroeg! 

Het boek werd ingelezen door niemand minder dan Cees van Ede. 

U kunt het luisterboek hier beluisteren en daar aanschaffen. 



vrijdag 7 december 2018

Vanfleteren

Voor "De Bourgondiërs" (die staan te trappelen van ongeduld, ik zeg het maar) moesten nieuwe portretfoto's worden gemaakt. De Bezige Bij zond niemand minder dan Stephan Vanfleteren naar de Franse grens. Hij schudde zowaar enkele kleurenportretten uit zijn zwart-witlens. 

Hoe hij het deed weet ik niet, maar Stephan liet me poseren in de even grote als donkere schuur van het Hoevemuseum vlakbij. Uit een klein raampje dat minstens uit de tijd van de Bourgondiërs moet dateren, viel wat licht. Het was genoeg voor onze hedendaagse Vlaamse Primitief. Moet ik toevoegen dat ik er erg verguld mee ben?

P.S. : De foto die uiteindelijk op de achterflap is beland, hou ik nog even achter de hand.  




 

donderdag 29 november 2018

KRAK


600 bladzijden drukklaar. Joehoe! 
Dat vieren we met een avondje sporten. 
En toen… KRAK… in de linkerkuit. 
Verdict: scheur van 6 cm. 

Dat is dan 1 centimeter voor elke 100 bladzijden, mijnheer.


woensdag 28 november 2018

Actueel. Victor Hugo

Wat Victor Hugo op 9 juli 1849 in het Franse parlement zei, had hij net zo goed vandaag kunnen zeggen. Luister even mee. Hij heeft het over "la misère". Hij was dan pas begonnen aan een nieuwe roman die hij "les misères" als werktitel had meegegeven. Drie jaar na deze speech moest hij Frankrijk ontvluchten, en na een passage in België belandde hij op de Kanaaleilanden waar hij "Les misérables", zoals de roman uiteindelijk zou heten, afmaakte. Het boek verscheen in 1862, en kreeg een inleiding mee waarin hij stelde dat zolang er mensen waren die in "la misère" leefde, een roman als deze zinvol kon zijn.

Op de achtergrond zien we de door hem zo krachtig vereeuwigde Notre-Dame de Paris als ook het Panthéon waar hij aan de zijde van Emile Zola, nog zo'n geëngageerde intellectueel om u tegen te zeggen, sinds 1885 probeert de eeuwige rust te vinden.





maandag 26 november 2018

Parijs. Poëzie. Chanson. Le Pont Mirabeau

Enkele weken geleden liep ik nog eens over de Pont Mirabeau. Uiteraard prevelde ik enkele verzen uit het gelijknamige gedicht van Apollinaire. Het moet vijftien jaar geleden zijn dat ik die oversteek nog eens maakte, een wandeling die ik beschreef in mijn boek Chanson (2011). Uit het onuitputtelijke archief van l'INA kwam gisteren een mooie compilatie video boven borrelen. Die presenteer ik u graag met het fragment uit Chanson (pp. 48-50) erbij.





Ik laat mijn blik stroomopwaarts op de golven vallen. Achter de ruime bocht die de Seine verderop maakt, stuit je onvermijdelijk op de Pont Mirabeau, vanwege het gelijknamige gedicht van Apollinaire ook wel de meest poëtische brug in Frankrijk genoemd. Die tekst inspireert Léo Ferré in 1953 tot een chanson. Het vormt de start van een indrukwekkende carrière, zowel voor Ferré als voor het nummer zelf.


Ferré zingt in zijn liedjes lang niet altijd, hij reciteert nogal vaak, maar hier zingt hij echt. Een viool, een orgeltje en een fluit, veel meer heeft hij niet nodig. Als eerste begrijpt hij dat dit wereldgedicht ook een gedroomde songtekst is. De woorden van Apollinaire veroveren de wereld in talrijke gedaanten : Cora Vaucaire opteert voor een discrete trekharmonica en een expliciete knipoog naar Ferré, Sophie Auster zet een kinderstemmetje op, One Ring Zero serveert een staccatoversie, de ideale begeleiding bij het snel oversteken van de brug, Jeanne Mas zingt op een dreigende repetitieve manier, Demain les Chiens steekt het gedicht in een onvervalst Gainsbourgkleedje en de Ierse jongens van The Pogues kiezen niet voor een brallend drankgelag, maar maken er een verrassend ingetogen variant van. Ten slotte is er de onverslijtbare Serge Reggiani. Hoe mooi Ferré ook zingt, de voordracht van Reggiani grijpt na al die jaren nog steeds naar de keel. Al deze versies bouwen op elkaar voort, of lijken op zijn minst met elkaar te communiceren. Een groot deel van de Franse chansontraditie bestaat uit knipogen en echo’s.

Deze klassieker heeft een bijzondere plaats in mijn hart veroverd. Wanneer ik aan Parijs retour werk, overvalt me een liefdes smart die ik alleen maar door het schrijven van dat boek te boven ben gekomen. De tochten naar de square du Vert-Galant hebben nooit tot iets geleid, maar het luisteren naar Le Pont Mirabeau op de gelijknamige brug brengt vertroosting en verpozing. Ik verzamel zo veel mogelijk versies en brand die op een cd’tje. Op een avond in 2004 loop ik de brug op en neer zolang de compilatie duurt, die eindigt met de grootmeester zelf. In 1913 draagt Apollinaire zijn gedicht voor in een of andere primitieve studio. De opname kraakt dat het een lieve lust is, maar is duidelijk verstaanbaar. Het is verrassend dat de man van wie gezegd wordt dat hij het woord surrealisme heeft uitgevonden, die een van de grote modernistische dichters is en humoristische pornografische romans heeft geschreven, dat die literaire vernieuwer zijn gedicht plechtstatig voorleest en net niet bezwijkt onder de emfase. Maar tegelijk hoor je de stem van deze grote man en springt je hart op in je keel :

Passent les jours et passent les semaines
Ni temps passé
Ni les amours reviennent

Sous le pont Mirabeau coule la Seine
Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure

Dag na dag week na week verdwijnen
Nooit zal die tijd
Van liefde weer verschijnen

Onder de Mirabeaubrug stroomt de Seine
Al komt de nacht en slaan de uren
De dagen gaan en ik blijf duren*

Het begin van Van Ostaijens ‘Melopee’ is een interpretatie alias imitatie van Apollinaires openingsregel. ‘Sous le pont Mirabeau coule la Seine’ wordt ‘Onder de maan schuift de lange rivier’, net als het origineel afgeklokt op tien lettergrepen. Hoeveel gezongen versies zouden er van ‘Melopee’ bestaan ?


(*vertaling van Paul Claes)

woensdag 21 november 2018

De mutsenbrigade in Dinant

Afgelopen weekend vierden we de vriendschap met onze jaarlijkse uitstap naar Wallonië. Vorig jaar mocht Michäel kiezen, nu was het aan mij. Ik wilde naar Dinant omdat het in 1466 door de Bourgondiërs in de as werd werd gelegd. 

Of daar nog iets van te merken viel? Jawel, niet lang geleden vonden archeologen in oude fundamenten brandsporen van deze catastrofe. In de Onze-Lieve-Vrouwekerk troffen we dan weer een glasraam dat verwees naar de toestemming die Karel de Stoute gaf om de stad weer op te bouwen in 1472 - eerst alles platbranden, en pas vier jaar later de wederopbouw toelaten... de kerfstok van hertog Karel zou met de jaren alleen maar langer en dikker worden.

Verder wandelden we naar de oorsprong van het Ros Beiaard (komt van Roche Bayard in Dinant, rechts op de foto) en trokken we naar de ruïnes van Crèvecoeur, waar we net voor valavond genoten van het uitzicht op Dinant. De maan fonkelde. De maan die er in 1466 ook bij was toen Karel de Stoute achthonderd weerspannige Dinantenaren ombracht door ze met vastgebonden handen en voeten in de Maas te gooien.

-----------------------------------

Op de terugweg bekeken we de mogelijke bestemming voor volgend jaar. De terminus-stations spraken tot onze verbeelding: Couvin, Erquellinnes en Quiévrain. Volgend jaar reizen we naar een van de poëtische staartjes van onze welbeminde Waalse treintrajecten. 



dinsdag 20 november 2018

Bourgondisch

Over één ding zijn Bart De Wever en ik het alvast eens: 2019 wordt een Bourgondisch jaar. Hij in de weer met een coalitie, ik met drukproeven. Benieuwd wie het eerst zijn zaakjes voor elkaar krijgt.

Bijschrift toevoegen

donderdag 15 november 2018

Geboorte van de Brel-conférence



Intussen ontstond tijdens de laatste herlezing van De Bourgondiërs een nieuwe conférence. Die gaat over Brel, over zijn teksten, zijn levensfilosofie, maar net zo goed over mij, en over hoe en welke plaats Brel in mijn leven heeft veroverd. Uit het niets gulpte het verhaal naar boven, alsof mijn organisme nood had om die middeleeuwen even van zich af te schudden. Intussen deed ik mijn verhaal drie keer, en ben ik zo gelukkig met deze nieuwe conférence dat ik overweeg om ze over een jaar weer uit de kast te halen en er verder mee te gaan. Dat was niet de bedoeling. Dit moest een tussendoortje zijn, maar je kunt de dingen niet altijd netjes plannen natuurlijk.

Graag dank ik de drie geweldige verloskamers die de geboorte van deze vertelling bespoedigden. Het Schipken in Sint-Amands, de living van Peter De Backer in Weerde en het Buurtfoyer ZUID @ Elcker-Ik Centrum in Antwerpen. Wie graag nog getuige wil zijn van dit pril vertelplezier: vanavond in de bib van Kortenberg, maandag in die van Bornem, daarna tot 20 december nog hier en daar.

Daarna komt 2019 eraan. Dat wordt een Bourgondisch jaar.
2020 dreigt zich dan weer in Breliaanse kleuren te hullen.
La vie continue...

Foto's: Yurek Onzia en Peter De Backer.

dinsdag 13 november 2018

But alors you are french!


Uit de tijd toen de Fransen nog dachten dat ze polyglotten waren. 
Heerlijk. Thank you, Louis.






zaterdag 10 november 2018

WANNES

Exact tien jaar geleden stierf Wannes van de Velde. In 2010 maakte ik een kleine hommage omdat ik zo vol was van zijn boek "Beloken dagen". Je ziet dat de tijd intussen weer een wijzer verder is getikt: kijk naar die lange lokken, luister naar mijn manier vertellen die nog op weg is om haar grammatica te vinden. Verder een simpel laptopje, geen belichting, mijn oude appartement in de Antwerpse Ballaarstraat, die boekenkast die nu in West-Vlaanderen staat, Jacques Tati die ondertussen in de keuken hangt. Er is veel veranderd, maar Wannes is gebleven. Ik zet zo dadelijk nog eens "De Kleuren van de steden" op.


PS - TVLIVRE - die naam! - was een online boekenprogramma
waar ik een klein decennium geleden een tijdje mee in de weer was.






Dit dus. Omdat het toch een van de "schungste liekes" uit onze schatkist is.
Als u nog een begin voor deze dag zoekt: "De kleuren van de steden" duurt 2 minuten 18 seconden.


donderdag 8 november 2018

Het einde van het boek

 


De eerste grote ruzie die mijn vrouw, toen nog mijn lief, en ik hadden, ging erover dat zij mij ongevraagd vertelde dat Porthos, een van de drie musketiers van Alexandre Dumas, op het einde van het verhaal zou sterven. Dat schoot zo in het verkeerde keelgat dat ik haar (even ongevraagd) uitkafferde. Dat je toch niet het einde van een boek mag verklappen! Dat dit heiligschennis was! (en dat er nog veel pathetische uithalen volgde) Het was even bijsturen, maar we hebben het euvel overleefd. Sindsdien klinkt er een bieptoon als het einde van een roman ter sprake komt.

Maar kijk, wat blijkt nu: ik was heel redelijk. In Rusland zou een man een van zijn collega's hebben neergestoken omdat die het einde van een roman had verklapt.

* Dat de genaamde Porthos (en trouwens ook de anderen) uiteindelijk om het leven zouden komen, was eigenlijk niet geheel onverwacht. Hij deed dat na een slordige 3500 blz. Na het eerste boek De Drie musketiers voegde Dumas immers nog twee veel dikkere boeken toe om zijn trilogie te vervolmaken. Ik zeg het u maar meteen: Porthos gaat eraan. Maar op een onvergetelijke manier! Wat een sterfscène... Als ik u was zou ik me even tot daar lezen.

dinsdag 6 november 2018

Hommage Brel De Luxe (Schouwburg Leuven)


Ik zag hem gisteren nog net wegglippen. De zetduivel. Hij had op de setlist die in de coulissen lag een van de beroemdste nummers van Brel veranderd in “la chanson des vieux Allemands”. Ach, bij Brel is “le diable” nooit ver weg. Gisteren heb ik wel één ding geleerd: de zetduivel speelt accordeon.

Het was een eer om gastheer te mogen zijn op deze unieke Brel-hommage 40 jaar na zijn dood, dag op dag 60 jaar na zijn passage in Leuven op 5 november 1958. Merci aan Sarah d'Hondt, Jan De Smet, Lien Van De Kelder, Elina Duni, Wende, Filip Jordens, Gwen Cresens Trio, Stijn Bettens, Andries Boone en de hele technische ploeg, de zorgzame Mia en Danny Theuwis.

De volgende weken trek ik nog op mijn eentje rond met mijn kleine Brel-verteltournee.

(Foto's: Cindy de Kuyper). 






donderdag 18 oktober 2018

DE BOURGONDIËRS

Graag presenteer ik u de cover van het boek waarmee ik de afgelopen drieënhalf jaar in de weer was, de reden waarom ik de laatste maanden zo afwezig was, waarom ik zo vaak “neen” zei. Zelden heb ik zo hard aangepoot, maar ik ben blij met het resultaat. Misschien is dit wel mijn belangrijkste boek. Al was het maar omdat ik mijn blik deze keer op ‘onze’ geschiedenis richt. Hoe is het hier geworden tot wat het is geworden? Om te beseffen waar we vandaan komen, moet je de even lange als fascinerende middeleeuwen doorkruisen. Een diepe duik in het universum van Filips de Goede, Jan van Eyck, het Gulden Vlies, Jeanne d'Arc en de Honderdjarige Oorlog. Een historische doorkijk naar het ontstaan van de Lage Landen, een tijdreis naar het middeleeuwse Parijs, Dijon, Brugge, Gent, Mechelen, Lier, Delft, Gouda... Maar tegelijk veel meer dan dat. Ik vond het alvast een fascinerende onderneming. De eerste drukproef is onderweg, het boek zelf verschijnt op 17 januari. Oh, wat kijk ik er naar uit om de vrucht van mijn werk als een Parijs-Roubaix-kassei triomfantelijk in de lucht te steken.

P.S. De okergele letters zullen in werkelijkheid in gulden opdruk verschijnen. Noblesse oblige. 


In de brochure van de uitgeverij klinkt het zo:




Of nog anders:





zondag 14 oktober 2018

Schol, doe de urne nog eens vol!


Het heeft iets vooroorlogs, iets van vroeger, terwijl het dat eigenlijk helemaal niet is. Drommen bewoners - velen te voet, nog meer met de fiets - begeven zich naar de dorpskern, vaak met een wit papier duidelijk zichtbaar in de hand. Diezelfde hand schudt andere handen, er wordt geknikt, de bijzitters krijgen een dankjewel of een bemoedigend woordje te horen. Op het dorpsplein worden pintjes getapt en prognoses uitgesproken.

Dat ieders stem even zwaar doorweegt, lijkt zo evident, terwijl dat nog maar zeventig jaar het geval is. Het is geruststellend dat het zo is, meer zelfs, het is een verworvenheid die we nooit banaal mogen vinden. 

We vieren de democratie hier vandaag met een klassieke kalfsblanket, geserveerd met ouderwets gekookte aardappelen en versnipperde peterselie, alles overgoten met een Savennières, een passende witte wijn uit de Anjou, op basis van druiven geoogst op enkele boogscheuten van Angers. Franse vrienden schuiven mee aan. We zullen toasten op elkaar, maar ook op de democratie. Als we dat vandaag niet doen, wanneer dan wel?


vrijdag 12 oktober 2018

Terugblik



Hier sta ik dan. Met de twee boeken die de afgelopen jaren mijn leven hebben bepaald. De dood van Aznavour en de veertigste verjaardag van het verscheiden van Brel herinnerden me eraan dat Chanson. Een gezongen geschiedenis van Frankrijk (2011) me tot een ambassadeur van het Franse lied maakte. En net vandaag viel de zevende druk van Napoleon. De schaduw van de revolutie in de bus - de dertigduizend exemplaren zijn nu echt binnen handbereik, ongelofelijk. 

In Chanson was ik de enthousiaste pleitbezorger, in Napoleon kom ik meer kritisch uit de hoek. 
Dat voelt twee keer goed aan. Het klopt. 

Het is tijd om weer een bladzijde om te slaan. In november-december volgt nog een kleine Brel-verteltournee, maar vanaf januari zal mijn leven helemaal in het teken van de middeleeuwen staan. De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen verschijnt op 17 januari. Weldra meer daarover. Vandaag kijk ik nog even dankbaar terug op twee opwindende avonturen. Maar daarna, onvermijdelijk: Au suivant!