dinsdag 9 februari 2010

Met Koen Fillet over de geheime krachten van Victor Hugo

Met Sarkozy achter het stuur moet en zal Frankrijk veel Franser worden. En bij uitbreiding de hele wereld. Wat precies "Frans" is - behalve de taal van Molière - daarover hebben les forces vives du pays al un vaste débat gehouden op aanstoken van minister van immigrantenzaken Besson.

Het Frans moet ook zijn internationale uitstraling en relevantie heroveren op het Engels. Daarover is Jean-Pierre Raffarin al in New York gaan lobbyen bij Ban Ki-moon en bij de EU in Brussel.

En Bernard Kouchner wil dat de Franse culturele instellingen in het buitenland allemaal genoemd worden naar Victor Hugo. Zijn naam moet la visibilité à l'action culturelle française à l'étranger verhogen. Al vinden een aantal Franse ambassadeurs dat niet zo'n aantrekkelijk vooruitzicht.

Dat is de stand van zaken. Koen Fillet (Radio 1) raakte geïntrigreerd en verleidde me tot een snedig gesprekje. Het is altijd weer fijn praten met de gedreven radiomaker van het terecht erg populaire Feiten en Fillet.

zondag 7 februari 2010

Een vermiljoenen avond

Er kan niemand meer bij. De Zwarte Panter zit afgeladen vol. Buiten staan een twintigtal moedigen zich warm te kloppen en te luisteren naar de luidsprekers. Meer dan tweehonderd open monden hadden zich aangemeld om mijn Vermiljoenen spleet! te komen begroeten. Het sneed me even de adem af.
“Beminde parochianen” sprak mijn uitgever Harold Polis tot de meute. Hij eiste hun aandacht op en die zou het publiek niet meer afgeven. Knack-hoofdredacteur Karl van den Broeck benadrukte met opgeheven vuist dat we beiden uit de diepe Kempen afkomstig waren (en dan moest gouwgenoot Vitalski nog aantreden), maar richtte ook zijn aandacht op mijn boek dat hij las als een alternatieve geschiedenis van de Franse letteren, meer nog: een geschiedenis tout court. Hij beklaagde zich dat men hem nooit verteld had dat ook grote schrijvers als Ronsard en Maupassant zulke wufte dartelheden hebben beschreven. Waarna hij zich onomwonden tot onze grote leesbevorderingsapparaat wendde: “Misschien moeten die van de Stichting Lezen O vermiljoenen spleet! in grote getalen achterlaten op de toiletten van onze onderwijsinstellingen.”
Het duo Ariadne van den Brande en Jokke Schreurs serveerden een pakkend Fais-moi mal Johny van Boris Vian. Met het plagerige Kleed mij uit van Juliette Gréco bracht een expressieve Ariadne mijn nochtans koelbloedige uitgever Harold Polis even van zijn à propos.
Toen betrad een doodzieke Vitalski het podium. Gewikkeld in meerdere dekens had hij zich alsnog naar De Zwarte Panter laten voeren. De koorts en de braakneigingen beletten hem niet om het geheime erotische leven van de auteur van de Vermiljoenen spleet! openbaar te maken. Ik bespaar u de details, tenzij dit ene citaat: “Bart Van Loo masturbeert bij het lezen van het laatste hoofdstuk van De drie musketiers.”
Tussen alle ontboezemingen door lanceerde hij ook enkele boeiende bevindingen: “Er is in deze jongen veel hunkering, het fetisjisme van het geschreven woord. Bart Van Loo is een archeobibliofiel die alleen door Boudewijn Büch nog overtroffen wordt. (…) Hij deinst er niet voor terug om standpunten in te nemen maar die standpunten zijn steeds dynamisch en beweeglijk en essaystisch principieel zelfs.” Uiteindelijk verliet Vitalksi het podium, boog zich voorover naar mijn lief en vroeg haar vergeving om alle intimiteiten die hij de wereld had ingestuurd. Ze schoot in een Franse lach.
Zelf las ik nog mijn wedervaren in het Antwerpse Hôtel du Commerce voor, het begin van het boek, en werd toen overrompeld door horden lezers. Om het sneller vooruit te laten gaan, heeft mijn onbetaalbare vader zelf ook maar wat exemplaren gesigneerd. De uitgeverij had stapels boeken meegetroond, maar die volstonden niet om alle hongerigen te spijzen. De manmoedige Koen Fillet die om te beginnen al buiten in de kou had staan luisteren, kon ten slotte zelfs niet eens een boek bemachtigen.
Twee dagen later liep ik André Oyen, criticus van Ansiel, tegen het lijf. Hij vertelde me in de gauwte hoe geweldig hij het vond. Het was inderdaad een opmerkelijke avond. Toen ik thuiskwam las ik zijn blogbericht, en begreep ik dat hij niet de presentatie bedoelde, maar naar het boek had verwezen. Dat had hij, zo bleek, diezelfde nacht nog in één ruk uitgelezen. "Een non-fictiewerk in romantaal geschreven, het is mij zelden overkomen. Met stijgende bewondering heb ik de 280 bladzijden in ijltempo gelezen. Zelden werd ik zo door een boek meegesleurd. Het was ongelooflijk boeiend om in deze wereld van erotiek met zoveel mooie boeken en ook nieuwe elementen rond te dwalen. Het was of ik naar Sherezade zat te luisteren, hongerend naar meer en meer. Mijn god, wat een heerlijk, mooi zondig boek."
Ik slikte. Ik had de eerste officiële lezer van mijn boek ontmoet.
De afgelopen dagen had ik een vinnig radiogesprek met Kurt Van Eeghem (Klara) en een spitant onderonsje met een enthousiaste Ruth Joos (Radio 1). Foto's van Chris Rachel Spatz en Tom van Alphen.

maandag 1 februari 2010

Ik kreeg vandaag een boek voor mijn 37ste verjaardag.

En wel nog door mezelf geschreven!
Alleluja! O vermiljoenen spleet! is er, vers gedrukt en bepoteld. Zonet heb ik mijn erotisch kleinood voor het eerst aanschouwd. Verrukkelijk, gracieus en verleidelijk, ik kan er niet afblijven. Leve Gert Dooreman, leve Harold Polis! Dat verdient een feestje, en wel overmorgen.

woensdag 27 januari 2010

O vermiljoenen spleet! Seks, erotiek en literatuur

Presentatie op woensdag 3 februari
  • De Zwarte Panter in Antwerpen (20u).
  • Van harte welkom!
  • Klik op uitnodiging voor meer leescomfort.

maandag 25 januari 2010

Eerste pornofilm uit de geschiedenis

Filmfestival van Annecy 2002.

zaterdag 23 januari 2010

Met Koen Fillet (Radio 1) over het verdoemde Parijs

Op 28 januari is het precies 100 jaar geleden dat Parijs getroffen werd door de ergste overstroming sinds 1658. Daar zijn nu nog sporen van te zien. Dat wordt momenteel herdacht met de tentoonstelling Paris inondé 1910 in de Galerie des Bibliothèques-Ville de Paris.

"We hebben ons laten vertellen dat de kans dat Parijs nog eens overstroomt één op honderd is. Als we ons aan reisadvies zouden wagen zouden we een negatief advies uitbrengen voor Parijs op 28 januari 2010", zo klonk uit de mond van Koen Fillet op Radio 1. En toen belde hij mij om een en ander te controleren. U kunt het gesprek hier herbeluisteren.

woensdag 20 januari 2010

Hervé Le Tellier: "Waar denk je aan?" (1)

Hervé Le Tellier is lid van de Franse Oulipo-beweging en schreef het bijzondere Les amnésiques n'ont rien vécu d'inoubliable (1998, Mensen met geheugenverlies hebben niets onvergetelijks beleefd). Ik vind het zo'n leuk boek dat ik op gezette tijden stukjes uit het boek in eigen vertaling op mijn blog zal plaatsen. Geïnteresseerde uitgevers mogen me altijd contacteren. Het opzet van het boek is eenvoudig. Le Tellier stelt telkens de banale vraag "Waar denk je aan?" en zal die vraag telkens op zijn eigen onnavolgbare wijze beantwoorden. Geestig, filosofisch en ingenieus. Kortom, heerlijk!
Waar denk je aan?
  • Ik denk eraan dat ik moeilijk inslaap wanneer ik ’s avonds een tas koffie drink, en nochtans is het elke keer hetzelfde, ik drink er een.
  • Ik denk eraan dat ik daarnet in de stoflaag van een erg vuile auto geschreven zag staan: “Bestaat ook in een witte uitvoering.”
  • Ik denk eraan dat alle paddestolen eetbaar zijn, sommige slechts één keer.

maandag 18 januari 2010

Maltête van de maand (8)

zaterdag 16 januari 2010

Originele nieuwjaarswensen - Par devant: l'eau

De vormelijk geslepen Franse schilder en dichter Robert Rapilly (die uit het oeuvre van Hugo en Baudelaire moeiteloos de schoonheidsfoutjes tegen de prosodie filtert, maar aansluitend buigt voor zoveel schoonheid) verblijdde de wereld met hoogst originele nieuwjaarswensen. In een dichtbundel eert hij zijn literaire voorbeelden en vrienden telkens met een gedicht van vier verzen waarin een van de werken van de bestemmeling verwerkt is, en aansluitend nog een slotvers waarin de naam van bestemmeling fonetisch verankerd ligt. In mijn geval leverde dat dit ingenieuze gedichtje op:
Anvers est un endroit d'où, pour
sortir, cabote l'équipage.
Au choix, Paris aller-retour
sur mer ou canal on voyage.
Par-devant : l'eau
Dit smaakt naar meer natuurlijk. Hij herhaalde dit huzarenstukje ook voor Italo Calvino, Coraline Soulier, Victor Hugo, Hervé Le Tellier, Jacques Jouet, Marcel Proust, Benoît Richter en vele anderen. Heerlijk! Klik u onverwijld een weg naar hier. Alvast even oefenen hier. Wie zijn "Char, le bol d'air", "Ah! les cendres d'Huma" en "Poil vers l'aine"?

vrijdag 15 januari 2010

"Steen van geduld" (Atiq Rahimi)

In 2008 won het betrekkelijk bescheiden uitgevershuis P.O.L. voor het eerst in haar geschiedenis de Prix Goncourt. Die eer ging naar Atiq Rahimi, een Afghaan die in de jaren tachtig politiek asiel kreeg in Frankrijk, en later ook de Franse nationaliteit verwierf. Steen van geduld is de eerste roman die Rahimi meteen in het Frans schreef, zijn eerdere werken verschenen in zijn moedertaal. “Ik had een andere taal nodig om over de taboes te spreken. Een soort onvrijwillige censuur nam me in bezit als ik in het Perzisch schreef.” De Franse bedankten hem terstond met hun belangrijkste prijs.
  • In deze roman geeft Rahimi het woord aan een vrouw die haar man bijna verloor in de burgeroorlog. Hij leeft nog, maar ligt verlamd in een hoekje. Terwijl ze hem druppelgewijs voedt met een plastieken slang zoekt ze zich al biddend een weg door haar verdriet. Stilaan breekt haar droefenis open en mondt uit in lange verwijten aan het adres van haar man. Die kritiek krijgt een universele lading: ze herbergt de woede van miljoenen Afghaanse vrouwen die onderdrukt worden door een patriarchale maatschappij. Steen van geduld is een eerbetoon aan de Afghaanse vrouw en een aanklacht tegen geweld: “Mensen die niet kunnen beminnen, zijn diegenen die oorlogen winnen."
  • Haar gemoed uitstorten doet Rahimi’s heldin deugd. Ze raakt in de ban van haar woorden en overlaadt haar man met een bijna ritueel geklaag, een accumulatie van beschuldigingen en geheimen. Haar verlamde echtgenoot verandert gaandeweg in “een steen van geduld” (...) “zo’n steen waartegen je je kunt beklagen over al je ellende (...) Hij zuigt al je woorden en geheimen in zich op, totdat hij op een dag uit elkaar spat. En op die dag ben je bevrijd van al je verdriet.”
  • Rahimi’s heldin is geen heilige, geen aseksuele moederfiguur, maar een vrouw van vlees en bloed die ook haar lichamelijke verlangens de vrije loop laat. De seksuele component van haar verhaal is essentieel. “Als het moeilijk is om vrouw te zijn, wordt het ook moeilijk om man te zijn”, stelt de heldin die intelligent genoeg is om de mannen zelf niet alle schuld aan te wrijven. Haar wedervaren laat zich dan ook vooral lezen als kritiek op de religieuze wetten die het vrouwen (en mannen) zo moeilijk maken.
  • Terwijl zij haar hart en lichaam opent, ontploffen de granaten op de achtergrond, gaat het geweld van de burgeroorlog gewoon zijn gang. Dit boek vertelt hoe ontelbare burgers de oorlog in Afghanistan hebben doorgemaakt. Terwijl het leven voortpruttelt, genstert het geweld aan de horizont en loopt het nu en dan onverwacht je huis binnen.
  • Steen van geduld is een poëtische en sobere roman die ondanks de aangrijpende inhoud nooit helemaal op kruissnelheid komt. Het lijkt alsof Rahimi veeleer een monoloog voor theater schreef. Die monoloog wordt geregeld onderbroken met korte, precieze beschrijvingen van de kamer, de man, het geluid op de achtergrond, zeg maar regie-aanwijzingen. Rahimi is niet alleen auteur, maar werkt ook als cineast en documentairemaker. Die invloed laat zich gelden. Rahimi heeft niet iets te hard gewerkt aan de sobere poëzie van het boek: de constructie is al te nauwgezet en doordacht. Maar daar weet een goeie regisseur zeker raad mee.
Atiq Rahimi (°1962, Kaboel)
  • werd in 1962 geboren in Kabul, Afghanistan.
  • Beleefde de oorlog in Afghanistan van 1979 tot 1984.
  • Woonde een jaar in Pakistan, belandde uiteindelijk in Frankrijk.
  • Doctoreerde op audiovisuele media aan de Sorbonne.
  • Zijn film “Aarde en As” werd bekroond in Cannes, prix du Regard vers l’avenir 2004.
  • Won met “Steen van geduld” de Prix Goncourt in 2008.
Atiq Rahimi, Steen van geduld, De Geus, vertaald door Kiki Coumans, ISBN 978-90-445-1471-1. (eerder in Knack).

woensdag 13 januari 2010

Het Egypte van Flaubert in Leiden

Meer info hier en daar.

maandag 11 januari 2010

(Mooiste?) Brel van de maand (7): "La ville s'endormait"

Vandaag sluit ik mijn reeks van 7 onbekende parels af met misschien wel Brels mooiste lied: La ville s'endormait uit 1977 (voor €0,99 te grabbel op iTunes).
  • Een stad dommelt in. Een ruiter komt aanrijden op zijn dorstige schimmel. Het beest drinkt gulzig aan een klaterende fontein. “Et la fatigue plante son couteau dans mes reins”, zingt de edelman die bij de ondergaande zon zijn leven overschouwt. Hij weet dat niemand op hem wacht, tenzij de dood. Zijn gemijmer is vrouwonvriendelijk. “Je ne suis pas bien sûr (...) qu’elles soient l’avenir de l’homme.” Mocht je nog twijfelen, het is dan wel zeker: de geradbraakte ruiter is Brel, de vermoeidheid die zijn lichaam ter aarde doet buigen, is de kanker die hem naar het definitieve einde drijft. Brel kiest echter universele woorden en zowat iedereen zal zich dan ook in deze poëtische enscenering van de dood kunnen herkennen.
  • Wanneer de ruiter zingt dat hij zich de naam van de stad niet meer herinnert, (“J’en oublie le nom”) klinkt een zorgvuldig getimede, zachte gong op de achtergrond. Alles vervalt tot vergetelheid lijkt Brel te willen zeggen. Je kunt niet anders dan verhopen dat het wondermooie La ville s’endormait Jacques Brel een eeuwig leven oplevert. Generatie na generatie. Leven na leven. Dood na dood.
  • Geen clip, maar wel een youtube-diareeks. Niet kijken, wel luisteren, is de boodschap.

zaterdag 9 januari 2010

Literaire prijzen 2009 - Prix littéraires 2009

Xavier Gorce spot met literaire prijzen in het algemeen en juryleden in het bijzonder. Hier vindt u alle Franse literaire prijzen van 2009 op een rijtje.

vrijdag 8 januari 2010

Om het af te leren: Camus over voetbal en de Nobelprijs

In dit voetbal-tvfragment duikt Camus al na 30 seconden op, en nadien nog een paar keer. Hij werd door de cameraman opgemerkt "als één van de 30.000 toeschouwers in de tribunes van het Parc des Princes in Parijs, voor een wedstrijd van het bijna ter ziele gegane Racing Club de Paris tegen Monaco." Al snel zoekt een journalist hem op en levert Camus commentaar op de wedstrijd en op de Nobelprijs voor Literatuur die hij won in 1957.
Met dank aan Biblog Lommel.

woensdag 6 januari 2010

Nog een laatste keer Camus

"Allons, u zult beamen dat u paf zou staan als er nu uit de hemel een wagen neerdaalde om mij mee te nemen, of als de sneeuw ineens vlam vatte."
(Albert Camus, De val, De Bezige Bij, 1987, origineel 'La chute' uit 1956, p.117)
Met dank aan Herman Hermans.

maandag 4 januari 2010

Wie was eigenlijk Albert Camus? Vijftig jaar na zijn dood.

“De auto reed met een vliegende vaart tegen een plataan en brak in drie stukken die over 150 meter verspreid lagen”. Die woorden kregen de lezers van France Soir vijftig jaar geleden voorgeschoteld op vijf januari, een dag na het fatale ongeluk van Albert Camus. De schrijver had eigenlijk een hekel aan autorijden, en had zelfs een treinticketje gekocht, maar besloot op het laatste nippertje toch per auto te reizen. Vandaag is Camus niet vergeten en wenkt de Franse heiligverklaring: een enkele rit richting Panthéon, tenminste als het van president Sarkozy afhangt. Maar weet u nog juist wie Albert Camus echt was?
Ter opwarming. Radio 1
  • Op Mezzo (Radio 1) sprak ik vandaag met Ruth Joos over Albert Camus, over zijn tragische ongeluk, over vrouwen en voetbal, over zijn oeuvre. U kunt het gesprek hier herbeluisteren.
Religieuze atheïst
  • Sartre zag zijn existentialisme als de maximale uitbuiting van een atheïstische kijk op de wereld. De essentie gaat volgens het christendom vooraf aan de existentie en die redenering wou Sartre omdraaien: volgens hem existeren we eerst -vandaar trouwens de naam van zijn leer- en worden we vervolgens tot wat we zijn. Dat ik ben, gaat vooraf aan wat ik ben. In die optiek was er geen plaats voor God.
  • Ook Camus (1913-1960) was atheïst en trachtte net als zijn beroemde collega-existentialist, al wou hij zelf nooit zo genoemd worden, een antwoord te vinden op de vraag hoe te leven zonder God. Hij benijdde de christenen om hun zekerheden: "Voor u zijn de waarden bij voorbaat gegeven in de openbaring". De sartrianen waren met voldoening atheïst, Camus haast angstig en vertwijfeld.
  • Frankrijk raakte in die dagen meer en meer ontkerstend en de christenen waren opgetogen wanneer een atheïst hen respecteerde. Sommigen trachtten dan ook Camus voor het geloof te winnen. Na de uitreiking van de Nobelprijs in 1957, vroeg een reporter hem zelfs of hij zich ging bekeren. Zijn antwoord was kort en krachtig: nee. Waarom zou hij echter ontkennen dat Christus en zijn lering hem ontroeren.
De man van de derde weg
  • In de jaren '30-'40-'50 kende het communisme, met o.a. Aragon, Nizan en Sartre als intellectuele gangmakers, een enorm succes bij onze zuiderburen. Manicheïsme stak de kop op. Wie beheerst de geschiedenis? God of het communisme? Camus kon niet kiezen, en zou het ook nooit. Hij wees het historisch materialisme, dat elke vrijheid ontkent, af en verweet Sartre dat hij God verwierp maar ondertussen een voortdurende vooruitgang van de geschiedenis, onder communistische vlag natuurlijk, vergoddelijkte. Hij zag zowel het belang van het religieuze als van de geschiedenis in, maar geloofde in absolute zin in geen van beide. Steeds stelde hij dat er toch een andere weg, ergens tussenin, moest te bewandelen zijn.
  • Tegen een communistische vriend zei Camus ooit de historische woorden: "Wat er ook mag gebeuren, ik zal jou altijd verdedigen tegen de geweren van het executiepeloton. Maar jij zult gedwongen zijn goed te keuren dat men mij fusilleert. Denk daar maar eens goed over na."
  • Die houding maakte zijn positie niet makkelijk in het Frankrijk van de jaren '50. Zeker toen de Algerijnse kwestie uitbrak en hij zich noch in de imperialistische politiek van het moederland, noch in het onafhankelijkheidstreven van de kolonie kon terugvinden. Verscheurd tussen Frankrijk en zijn geboorteland ontpopte hij zich als voorstander van een internationale dialoog en bleef hij ijveren voor een vredevolle oplossing.
Engagement
  • Dat hij zich nooit voor een bepaalde ideologie heeft uitgesproken, werd hem niet in dank afgenomen en zowel linkse als rechtse intelligentsia hebben het daar vandaag soms nog moeilijk mee. Nochtans zou hij tijdens de oorlog wanneer het er echt op aan komt zijn nek veel verder uitsteken dan Sartre, en als hoofdredacteur van de verzetskrant Combat dagelijks zijn leven riskeren. Na de oorlog eiste Sartre wel van op de eerste rij de hoofden van collaborateurs, terwijl Camus vaak zou pleiten tegen de doodstraf. Zowel in daden, uitspraken als geschriften bleef hij trouw aan zijn morele waarden.
Literair oeuvre
  • Camus schreef essays en theaterstukken, maar blijft natuurlijk het meest bekend om zijn romans waarvan de twee beroemdste vandaag tot de meest verkochte pockets van Frankrijk behoren. In een onderkoelde, maar glasheldere stijl schetste hij in L’Etranger (1942) de aanvaarding van de absurditeit van het leven terwijl La peste (1947) een krachtig pleidooi voor waardig engagement vormde. Die romans sloten enerzijds aan bij het absurdisme van Le mythe de Sisyphe (1942) en anderzijds bij de zinvolle opstand van L’homme révolté (1951). Ook in zijn teksten bleef hij verschillende wegen bewandelen. In 1957 levert zijn oeuvre hem de Nobelprijs voor literatuur op. Toen Camus het nieuws hoorde, reageerde hij nederig: "Malraux had hem moeten krijgen...”.

zondag 3 januari 2010

TVlivre bestaat nog...

Het is enige tijd geleden dat TVlivre de wereld nog verblijdde met een uitzending. Dat heeft een eenvoudige reden. Het is namelijk de bedoeling dat TVlivre een plekje krijgt op het videoforum van de Knack Boekenburenpagina. Alleen is men daar nog stevig in de weer om dat technisch rond te krijgen.
  • Ondertussen werden alvast enkele afleveringen van TVlivre ingeblikt. Die liggen te wachten op groen licht van Knack. Hopelijk tot binnenkort dus!
  • In afwachting kunt u hieronder nog eens doorklikken naar enkele afleveringen.

Goede voornemens - Les bonnes résolutions

Zodra ik de natuurlijke rijkdommen heb uitgeput, maak ik werk van mijn lijn.

donderdag 31 december 2009

Oh Barbara... (2) - "Le petit bois de Saint-Amand". Alle goeds voor 2010!

De tijd vliegt. Alweer een jaar. Barbara. Le petit bois de Saint-Amand. De beste wensen aan al die mensen van goede wil die nu en dan neerstrijken op bleu.blanc.rouge. Graag tot alweer ergens onderweg!
Y a un arbre, je m'y colle, Dans le petit bois de Saint-Amand, Je t'attrape, tu t'y colles, Je me cache, à toi maintenant, Y a un arbre, pigeon vole, Dans le petit bois de Saint-Amand, Où tournent nos rondes folles, Pigeon vole, vole, vole au vent, Dessus l'arbre, oiseau vole, Et s'envole, tiens, voilà le printemps, Y a nos quinze ans qui s'affolent, Dans le petit bois de Saint-Amand, Et sous l'arbre, sans paroles, Tu me berces amoureusement, Et dans l'herbe, jupon vole, Et s'envolent nos rêves d'enfants, Mais un beau jour, tête folle, Loin du petit bois de Saint-Amand, Et loin du temps de l'école, Je suis partie, vole, vole au vent, Bonjour l'arbre, mon bel arbre, Je reviens, j'ai le cœur content, Sous tes branches qui se penchent, Je retrouve mes rêves d'enfant, Y a un arbre, si je meurs, Je veux qu'on m'y couche doucement, Qu'il soit ma dernière demeure, Dans le petit bois de Saint-Amand, Qu'il soit ma dernière demeure, Dans le petit bois de Saint-A... Y a un arbre, pigeon vole Mais s'envole Y a un arbre ...

dinsdag 29 december 2009

Vrienden onder elkaar

zondag 27 december 2009

Brel van de maand (6): "Orly"

Brel zou dit jaar tachtig geworden zijn. De bekende Belg schreef makkelijk een twintigtal alom gekende klassiekers bij elkaar, maar in het totaal vloeiden er om en bij de tweehonderd liederen uit zijn pen. Je kunt dan ook moeiteloos twintig onbekende parels uit zijn oeuvre distilleren. Dat zal ik maandelijks doen. We sluiten het jaar af met Orly uit 1977 (voor €0,99 te grabbel op iTunes).
  • “Ils sont plus de deux mille, et je ne vois qu’eux deux.” Brel neemt de luisteraar bij de hand en voert hem naar het vliegveld van Orly waar een man en een vrouw temidden van een grote menigte reizigers op hartstochtelijke wijze afscheid nemen. Of dat toch proberen. De twee lichamen laten elkaar los en terwijl ze dat doen verscheuren ze elkaar, om meteen daarna terug te versmelten. Deze trage afscheidsdans gaat op en neer als de getijden van de zee, tot de man plots vlucht zonder om te keren. “Et puis il disparaît, bouffé par l’escalier.” De vrouw blijft achter, als van de bliksem getroffen. Ze heeft al meerdere mannen verloren, maar op dat moment verliest ze de liefde. “Et nom de Dieu c’est triste Orly le dimanche, avec ou sans Bécaud”, zingt Brel in het refrein, een met een krachtige vioolpartij gemaquilleerde knipoog naar een hoopvol lied van “monsieur 100.000 volts” dat ook in Orly speelt.
  • Orly lijkt de soundtrack van een film die zich afspeelt op je netvlies. “Je suis là et je la suis”, speelt Brel met de Franse taal, en samen met hem volg je de dame op de voet... en op het hart. Tragiek ten top gedreven, die door de sobere muzikale omkadering perfect in evenwicht blijft en je hart en ingewanden overhoop haalt. Zijn stem, aangetast door de kanker, is lager geworden, en heeft zo mogelijk nog aan dramatische kracht gewonnen. De schitterende tekst komt door de geniale dictie van de zieke zanger helemaal tot zijn recht. Orly is een van de aangrijpendste liederen die Brel ooit schreef.
  • De clip bestaat niet, maar als u het niet kent, het lied is te mooi om het niet te kennen. Dus deze niet altijd even geslaagde you-tube-projectie.
  • En deze opmerkelijke cover van het mij niet bekende Electrod. Prachtig! Een ontdekking.

donderdag 24 december 2009

Allerlei soorten inkt: de debuutroman van nobelprijswinnaar Le Clézio

Exact 45 jaar vooraleer hij de Nobelprijs zou ontvangen, bestormde de 23-jarige J.M.G. Le Clézio op eigengereide wijze de letteren.
  • Adam Pollo is een jongeman die om mysterieuze redenen een villa aan de Zuid-Franse kust kraakt. Is hij ontsnapt uit het leger of uit een gekkenhuis? De man is in ieder geval een buitenstaander die nauwkeurig de wereld observeert. “Adam sloeg (de mensen) verstrooid gade alsof er geen enkel logisch verband bestond tussen hen, hun geluiden of bewegingen en hem”. Een vreemdeling in de trant van Camus’ beroemde existentialistische antiheld. “Hij zou iemand kunnen vermoorden en tot de guillotine veroordeeld worden”, lees je niet zomaar, maar het is slechts een van de ontelbare mogelijkheden die door Pollo’s hoofd schieten. Le Clézio verkent Camus’ vervreemding breder, en schurkt dichter aan bij Sartres roman Walging (1938).
  • Vanuit het hoofd van Pollo beschrijft Le Clézio de mensen, de zee, de aarde en haar bewoners alsof het een welhaast wetenschappelijk experiment betreft: uiterst precies, objectief, onbewogen en afstandelijk. Nu en dan ontploft die strikte werkelijkheidsweergave plots, en verandert een supermarkt in “stuiptrekkende verschuivingen van benen en heupen” en ronken “de twee doorlopende zaaltjes als motoren”. Eensklaps verbeeldt Polo zich te bevinden “in een stalen huls, in de cilinder van een motorfiets” en lijkt hij gevangen te zitten “tussen vier metalen wanden, met, verduistering, geweld, explosies, benzine, en vlammen.”
  • Die groteske markeringen onderlijnen alleen maar hoe net als in de ogen van Sartres held Antoine Roquentin de dingen voor Adam Pollo gaandeweg hun herkenbare, vertrouwde schijn en instrumentele waarde verliezen, en de werkelijkheid verandert in absurde materie die bij hem evenwel geen angst noch walging oproepen. Voor Pollo is het allemaal volstrekt eender, een onverschilligheid dit dan weer eerder aanleunt bij Camus’ held Meursault uit De Vreemdeling (1942).
  • In een ander hoofdstuk krijgt die vervreemding een expliciet kafkaïaanse invulling, zeker wanneer Adam bij het doden van een rat eventjes zelf in rat dreigt te veranderen. Weer wat verder, presenteert Le Clézio een koele nouveau-romancier-achtige beschrijving van de werkelijkheid à la Robbe-Grillet waarin geen plaats is voor psychologische ontwikkeling, personages of een intrige. Gelukkig keert Pollo telkens terug naar het vertellen van “verhaaltjes”.
  • Diezelfde werkelijkheid krijgt nu en dan ook een Pereciaanse invulling wanneer Pollo flarden gesprek verzamelt, lijstjes samenstelt en dingen opsomt. Nog wat bladzijden verder gluurt Borges om de hoek. “Misschien waren er, op dit uur, vierduizend op vijfduizend adams, zonder mogelijke vervalsing, onderweg in de stad.” Een mens is alle mensen, alles vervloeit in elkaar. Een idee dat meermaals terugkomt.
  • Een proces-verbaal is juridisch gesproken een objectieve weergave van de werkelijkheid. Deze roman van Le Clézio toont aan hoe onmogelijk die opgave is: de werkelijkheid bestaat niet buiten de subjectiviteit van de beschrijver en taal kan alles zeggen, ook datgene wat niet waar is. Le Clézio’s taal verwart de lezer, maar het einde toont duidelijk aan dat de (literaire) taal net de inzet van dit boek is.
  • Proces-verbaal is helemaal niet de adolescentenroman waarvoor hij in de flaptekst versleten wordt, maar een erg intellectueel en bijgevolg niet altijd even meeslepend boek dat evenwel een interessante en mature intrede in de letteren is. Deze roman is het debuut van een schrijver die veel gelezen heeft, en zijn pen bij wijze van meesterproef in allerlei soorten inkt doopt: de taal van de existentialisten, van de nouveau-romanciers, van Borges, Kafka en Perec. Le Clézio’s hoogstpersoonlijke, bevreemdende literaire verkenning van alle mogelijkheden dwingt respect af, en bewijst dat ambitieuze schrijvers heel vaak ook ambitieuze lezers zijn.
• J.M.G. Le Clézio (1940) groeit op in Nice en heeft zowel de Franse als de Mauritiaanse nationaliteit. • Proces-verbaal wint in 1963 meteen de Prix Renaudot. • Halverwege de jaren ’70 laat hij de vormelijke zoektocht die zijn romans kenmerkt, varen voor meer persoonlijke boeken met veel aandacht voor vreemde culturen. • Hij wordt algemeen beschouwd als een van de voorlopers van het multiculturalisme. • Le Clézio schreef een vijftigtal romans en essays en won in 2008 de Nobelprijs voor literatuur. Dit stuk verscheen eerder in Knack. J.M.G. Le Clézio, Proces-verbaal, De Geus, vertaald door Thérèse Cornips, 259 blz., ISBN 978 90 445 1466 7.

dinsdag 22 december 2009

Kopenhagen 2009. Franquin 1976

"Heren, ik ben er zeker van dat u er verkeerd aan doet verhitte betogen af te steken. Ze kunnen alleen maar de sfeer afkoelen."
(Franquin, uitspraak van Le maire de Champignac/De burgemeester van Rommelgem in Spirou et les petits formats/Robbedoes en de Bobbelmannen, 1976)

zondag 20 december 2009

Maltête van de maand (7): verschoning!

donderdag 17 december 2009

Francofilie op de kansel: "Lezen als levenskunst"

Een tijdje terug sprak ik in een kleine protestantse kerk in Delft, op enkele meters van de plek waar Willem van Oranje in 1584 werd vermoord. De uiterst sympathieke organisatoren droegen me op om van op de kansel te spreken. Rosa Lindenburg schreef een mooi verslag van deze lichtelijk onvergetelijke avond in Delft. Ik geef het hier bijna integraal weer.
  • Voor deze vijfde Franse avond had de kerkenraad de Vlaamse auteur Bart Van Loo (1973) uit Antwerpen uitgenodigd. Om en bij de zeventig personen kwamen luisteren naar zijn lezing "Parijs retour. Lezend door Frankrijk".
  • Een francofiele Vlaming op de preekstoel van de Waalse Kerk, de kerk van het hooghouden van Franse taal en cultuur. De twee hadden elkaar wel gevonden al was het een merkwaardig schouwspel deze blonde, levendige, heftig gesticulerende en sportief geklede wervelwind binnen het kader te zien van een statige protestantse preekstoel. Zelf vond hij dit omhulsel de meest vreemde plek waar hij ooit gesproken had. En spreken deed hij over zijn boek Parijs Retour, een literaire reisgids voor Frankrijk. (...)
  • "Parijs retour" duidt op Parijs als het centrum van de literaire wereld van die tijd waar provincialen naar toe reizen om carrière te maken om dan weer terug te keren naar het platteland en ook als centrum voor Bart Van Loo zelf bij zijn literaire pelgrimstochten waarbij hij de schrijvers volgt in hun werken en hun geleefde levens. Hij verleidt ons met zijn enthousiasme tot een reis door de tijd en geografie van Frankrijk. Niet voor niets verbindt Van Loo vanaf het begin zijn eigen leven wanneer hij in Parijs is, met die van de verschillende schrijvers die hier als jongeman het gingen maken. Ondertussen leer je heel wat van het verborgen Parijs en platteland. Van Loo heeft zelfs kaarten en adressen, dus het boek is ook heel bruikbaar als praktische reisgids.
  • Het meest boeiende van deze schrijver is zijn ‘savoir vivre’ dat zich uit in zijn sprankelend taalgebruik, zijn ommetjes letterlijk en figuurlijk en zijn verleidkunst lezen te verheffen tot een levenskunst. Hij prijst de passie als wezenlijk voor de mens, zoals hij Balzac aanhaalt.
  • Wat heerlijk moet het geweest zijn om leerling te zijn bij de lessen van Van Loo, waar zijn nog zulke leraren Frans? Waar krijgen ze in Nederland nog de kans zich zo met hartstocht in te zetten voor de Franse literatuur? Hij maakt iedereen tot francofiel en lezer. Namens de kerkenraad bedankte M. La Rivière hem voor de inspirerende lezing die hem ambassadeur en bruggenhoofd maakt voor de Franse cultuur en literatuur in het Noorden, sinds de zestiger jaren in Nederland zo afgekalfd.
  • Het is bepaald ook de moeite waard de website bartvanloo.info te bezoeken en dan te ontdekken, wat tijdens de lezing ook al te merken was: Van Loo houdt van lekker eten, buitenissige recepten, en erotiek. Eten staat centraal in zijn vorig jaar uitgekomen boek Als kok in Frankrijk. Literaire recepten, culinaire verhalen. Erotiek en literatuur zijn de onderwerpen -vast weer in verrassende verbanden- in zijn volgend jaar te verwachten boek .
Rosa Lindenburg
(Bij deze nogmaals mijn dank aan de gastvrijheid van de Waalse kerkgemeenschap uit Delft, in het bijzonder J.W.M. La Rivière, bvl).

maandag 14 december 2009

Bijzondere beelden: Henry Bauchau bedankt de Vlaamse vertaler Kris Lauwerys

Bij de uitreiking van de eerste Prix Henry Bauchau op 12 december 2009 aan Kris Lauwerys voor zijn vertaling van Le boulevard périphérique (Maalstroom) is de 96-jarige Bauchau zelf dankzij een videoboodschap aanwezig in Brussel. De zichtbaar vermoeide, maar heldere auteur dankt de 37-jarige vertaler op een hartelijke en ontroerende wijze.
  • De bijzondere beelden werden mij overhandigd door Myriam Wathée-Delmotte, uitmuntende specialiste van het oeuvre van Bauchau en verantwoordelijke voor het Fonds Henry Bauchau van de UCL.
  • Meer info over de Prix Henry Bauchau vindt u hier en daar. Voor een bespreking van Maalstroom klikt u zich naar deze plek.
  • Foto boven: Henry Bauchau
  • Foto onder: Kris Lauwerys

vrijdag 11 december 2009

"Als ik groot ben, koop ik een klas om erin te spelen". Le Petit Nicolas wordt 50!

Het mag een wonder heten dat niemand in Frankrijk bij 'Le petit Nicolas' aan president Sarkozy denkt. Het bewijst de kracht van het personage dat in 1959 aan het brein van René Goscinny (ook al tekstschrijver van 'Asterix' en 'Lucky Luke') en tekenaar Jean-Jacques Sempé is ontsproten. Vandaag maakt de kleine lolbroek ontegensprekelijk deel uit van het Franse collectieve geheugen en heeft hij een aardig stuk van de wereld veroverd: tien miljoen verkochte exemplaren in dertig verschillende landen.
  • Pedagogisch martelinstrument
  • Ik las 'De kleine Nicolaas' voor het eerst toen ik een jaar of vijftien was. Moeilijk was dat niet, maar veel vond ik er niet aan. Het leek me nogal kinderachtig. Tegelijk ploegde ik door 'Le Petit prince' van Saint-Exupéry, en daar was mijn verdict even genadeloos. Jaren later ben ik daarop teruggekomen. Het is dan ook bon ton om te stellen dat 'Le petit Nicolas' vooral spek is voor de bek van volwassenen.
  • Ik durf dat te bestrijden. Heel wat van mijn Franse vrienden verslonden als jonge snaken de boeken van Goscinny en Sempé en beweren zelfs dat ze toen voor het eerst het idee hadden dat ze 'literatuur' lazen. Het is logisch dat moedertaalsprekers de finesses begrijpen die je als buitenlander op dezelfde leeftijd ontgaan. Dat geldt zeker voor de poëzie en filosofie van Saint-Exupéry, maar ook voor de fijnzinnige humor van Goscinny.
  • Literatuur is meer dan louter begrijpen wat er letterlijk staat. Dat eenvoudige inzicht vormt de achilleshiel van literatuur in het vreemdetalenonderwijs. Saint-Exupéry, René Goscinny, maar ook iemand als Guy de Maupassant behoren tot de Franse schrijvers die veel zeggen met weinig woorden en wel eens als pedagogische martelinstrumenten worden gehanteerd.
  • Geen interpratie, maar beschrijving
  • Wat is er eigenlijk zo bijzonder aan 'Le petit Nicolas'? Goscinny vertelt het verhaal vanuit het standpunt van Nicolaas, en doet dat treffend. Hij opteert voor beschrijving en niet voor interpretatie, voor een chronologische en geen psychologische logica. "Vorige week was het thuis niet erg leuk, omdat mama steeds zenuwachtiger werd, en papa ook, en op een keer ging papa zelfs weg en hij sloeg de voordeur achter zich dicht, maar hij kwam meteen weer terug omdat het regende." De lezer begrijpt perfect wat er niet gezegd wordt, en geniet van het kikvorsperspectief waarmee Goscinny de wereld van de grote mensen fijntjes beschrijft.
  • Beter dan wie ook heeft de auteur begrepen dat kinderen in hun bewoordingen ten prooi vallen aan bijzondere associatieve vermogens, en dat een ongeschifte weergave hiervan heerlijk om lezen is. Nicolaas' vriendje Odo had "reusachtige revolvers met kolven van hetzelfde soort been als de poederdoos die papa voor mama had gekocht nadat ze ruzie hadden gehad over het gebraden vlees dat te gebraden was maar mama zei dat dat kwam omdat papa te laat thuis kwam."
  • Goscinny slaagt er bovendien in om enkele onvergetelijke creatuurtjes uit zijn pen te laten vloeien. Nicolaas' dikke kameraad Alcestus die de hele tijd eet, de rijke Godfried die "een zwembad heeft in de vorm van een nier", en natuurlijk Agnanus: "het lievelingetje van de juf, hij is geen erg goede kameraad, en we slaan hem niet vaak, omdat hij een bril draagt." Die uitgekiende epitheta komen geregeld terug en dat sorteert onmiskenbaar een humoristisch effect.
  • Met zichtbaar plezier speelt de auteur zijn geliefde stereotiepjes vevolgens tegen elkaar uit. "Wij krijgen op oudejaarsavond oma, mijn tante Dorothea en oom Eugène", zegt Nicolaas. "Wij krijgen witte worst en kalkoen", antwoordt Alcestus zonder verpinken. Dat alles wordt nog grappiger omdat Goscinny die woorden in de mond legt van kinderen die luisteren naar eeuwenoude namen van heiligen, kerkvorsten en koningen.
  • De vriendjes raken meer dan eens slaag. Er wordt veel gevochten in deze verhalen, een beetje zoals in het dorp van Asterix, die andere geestelijke zoon van Goscinny: veel vuistslagen, wel weinig vis hier, en uiteindelijk is iedereen weer dikke vriendjes. Obelix wordt zelfs bijna letterlijk geciteerd. "Rare jongen, die Agnanus" staat er wanneer het betwetertje een of andere historische datum oppert en beloond wordt met een oplawaai.
  • Hartvertederende roes
  • Nu de strapatsen van Frankrijks beroemdste leerling in vertaling zijn verschenen, duikelde ik mijn oude pocketjes nog eens op, en herlas in een hartvertederende roes de belevenissen van de kleine Nicolaas en droomde weg bij de tijdloze illustraties van Sempé. Hieronder nog een laatste fragment. Daarna mag u als een uitgelaten belhamel naar de boekhandel rennen.
  • "Toen ik in de tuin kwam, zag ik dat papa bezig was de heg te knippen met een grote schaar. Om hem te verrassen liep ik zonder geluid te maken naar hem toe, en ik blies heel hard op mijn trompet. Papa gaf een schreeuw, maar niet vanwege de trompet. Hij schreeuwde omdat hij met de schaar in zijn vingers had geknipt."
De vertalingen zijn bij Atlas verschenen: 'De kleine Nicolaas', 'De vakanties van de kleine Nicolaas', 'Nieuwe avonturen van de kleine Nicolaas' en 'Meer nieuwe avonturen van de kleine Nicolaas'. Vertaling: Marijke Koekoek.

woensdag 9 december 2009

50 jaar "Le petit Nicolas": filmpje met Goscinny en Sempé

Le Petit Nicolas wordt vijftig, en dat wordt op bleu.blanc.rouge gevierd. Over enkele dagen sta ik even stil bij de avonturen van de heerlijke Franse belhamel, maar nu serveer ik alvast een filmpje waarin René Goscinny en Jean-Jacques Sempé zelf doorbomen over hun geestelijke zoon.

maandag 7 december 2009

Polanski en Zwitserse minaretten

assigner qq'un à résidence = iemand huisarrest opleggen

zaterdag 5 december 2009

Koen Fillet wikt en weegt de woorden van Lodewijk XIV

Op zoek naar een leuk cadeautje voor onder de kerstboom? Wel bij deze: Petit inventaire des citations malmenées (Paul Desalmand et Yves Stalloni), een verzameling van beroemde citaten die verkeerdelijk aan iemand zijn toegewezen. Een heerlijk boekje voor intellectuelen en wijsneuzen die elkaar de loef willen afsteken.
  • Enkele legendarische voorbeelden:
  • "Paris vaut bien une messe" (Henri IV)
  • "L'état c'est moi? (Louis XIV)
  • "Après moi le déluge" (Louis XV)
  • "Qu'ils mangent de la brioche" (Marie-Antoinette)
Maar hebben zij dat eigenlijk ooit wel echt gezegd. Koen Fillet raakte geïntrigeerd en belde me op om over enkele van die uitspraken door te bomen (Feiten en Fillet, Radio 1). U kunt het gesprek hier herbeluisteren.