zondag 12 juli 2009

TVlivre feest met Fernandel, Nostradamus en Flaubert: 1 jaar bleu.blanc.rouge

Op 14 juli 2008 schoot bleu.blanc.rouge uit de startblokken. Ondertussen is de kalender 365 eenheden opgeschoten. Daar moet op geklonken worden. Samen met Fernandel duiken we in de pastis, Nostradamus voorspelt het dessert, chefkok Guillot probeert ons een chocoladesoep op te lepelen, maar het is uiteindelijk Flaubert die met de meeste eer gaat lopen. Een extra lange, maar feestelijke aflevering van TVlivre.
  • Hier vindt u alle afleveringen van TVlivre.

maandag 6 juli 2009

Tour de France: 11 juli wordt een feestdag...

Hier bereid ik me in alle ernst op voor: de achtste etappe van de Tour de France. Tweede bergrit. Pyreneeën. Want ik mag erbij zijn dankzij de VRT. Overdag de rit volgen, 's avonds nakaarten met Karl Vannieuwkerke bij een glas wijn in een of andere oude abdij of libertijns kasteel. Hoe bereidt een wielerliefhebber zich daar eigenlijk op voor? Tja, hoe bereidt een kind zich voor op het vallen in een veel te grote koekskesdoos? Verlangend uitkijken! Dat moet lukken.
Ondertussen probeer ik angstvallig de gedachten weg te houden van de gestage deromantisering van de Tour de France. Een lach kan louterend werken. Een lied ook. Samen moet dat een paardemiddel zijn. En jawel, kijk en luister naar "Au bonheur des dames" met hun onweerstaanbare Roulez bourrés*! (1988).
  • En nu even de rit in kwestie bestuderen:
* bourré = dronken

woensdag 1 juli 2009

De vakantie begint met Willem van Zadelhoff in Parijs

LINKERBEEN
(een Frans gedicht voor Bart Van Loo)
ik zag een vrouw in de Jardin des Tuileries
het was een vrouw uit een ander ver land
zoiets zie je direct zoiets zie je al van ver
toen ze langzaam in mijn richting liep
vroeg ik me af wat ik van haar linkerbeen vond
het sleepte een beetje en gaf aan haar lopen
een mooi ontregelend ritme toen ze vlakbij
was leek het even of dat linkerbeen het
rechterbeen voortduwde ze had een mooi gezicht
die vrouw uit dat verre onbekende land
  • Onuitgegeven gedicht van auteur Willem van Zadelhoff (foto, Herman de Coninck debuutprijs poëzie 2009) dat hij in een beminnelijke vakantiestemming stuurde naar bleu.blanc.rouge. Dank daarvoor!
  • Ik wens u een mooie vakantie toe. Tot ergens onderweg!
Foto van WvZ: Koen Broos. Foto Jardin des Tuileries: anoniem (ca. 1890)

zondag 28 juni 2009

Boris Vian: vijftig jaar dood en nog altijd springlevend

Drie argumenten uit een zee van talloze andere gevist.
  • 1. Een citaat uit het absoluut lezenswaardige J'irai cracher sur vos tombes (Ik zal spuwen op jullie graf, 1946):
“Ze was gebruind tot aan haar tepels, zonder die behasporen die zoveel naakte meisjes ontsieren, (...) en ze gaf me het beste staaltje van techniek dat ik sinds maanden gekregen had. Onder mijn handen voelde ik haar gladde en slanke lendenen, en wat lager, haar kontje, zo stevig als een watermeloen. Het duurde amper tien minuten.”
  • 2. Filmpje van ARTE, met de sympathieke kenner Marc Lapprand (deze zomer ontmoet in Normandië, wat is de wereld klein), samen met François Roulman auteur van Boris Vian : si j'étais prophète).
  • 3. Live op de Gentse feesten in 2007, een lied van Boris Vian: On n'est pas là pour se faire engueuler. Hannelore Muyllaert en Pieter Smout.
  • De smaak te pakken? Rep u dan onverwijld naar hier of daar.

zondag 21 juni 2009

OOT KWISIEN LITERAIR: vrouwen met rode stylo's en Vital Baeken

De voorbije twee weken waren erg intensief. Dagelijks repeteren ten huize Vitalski, de tekst blokken, herschrijven, botsen op mijn beperkingen. De laatste drie dagen draaide de schrijf-en speelkeuken helemaal op volle toeren. Johan Petit kwam, zag en luisterde. En spuugde zijn charmante, maar niet mis te verstane verdict. Resultaat: tot drie uur des ochtends het hele verhaal omgooien en aanscherpen. Amper enkele uren later volgde de eerste try-out bij gastvrouw Diane Broeckhoven voor een publiek dat welhaast exclusief bestond uit tot de tanden gewapende vrouwen (met bloc-notes en rode stylo’s). Vital was sterk, ik was ellendig. En toen kwamen die overigens best vriendelijke dames met hun bloc-notes en hun rode stylo’s ook nog eens zeggen wat ik allemaal verkeerd gedaan had. Toen ik naar huis ging wist ik niet goed meer wie ik was. De volgende dag zat ik moedeloos en bleek bij Vital in zijn slaapkamer. Hij stond recht, stak een vinger in de lucht, voelde van waar de wind kwam, en vond toen onder zijn bed het ei van Columbus: teruggrijpen naar het interview, de vorm waarin de eerste chemie tussen ons ooit opflakkerde. Des avonds zagen vijftig aanwezigen hoe deze keer de saus wel pakte. Ik in mijn element, en Vital die zich onweerstaanbaar tot zijn bijna naamgenoot en legendarische chefkok Vatel metamorfoseerde. Oot kwizien literair! De opluchting was zo groot dat ik plots weer wist wie ik was.
Vitalski is niet alleen een man met een indrukwekkende, welhaast ondefinieerbare podiumprésence, hij is ook een belezen en allervriendelijkste man die mij stilaan na aan het hart begint te liggen. Vandaag houd ik zondag. Morgen trek ik voor een week naar mijn geliefde klooster in de Stille Kempen om me als een boeteling door het manuscript van O vermiljoenen spleet! te spartelen. Begin juli geef ik het aan mijn literaire slavendrijver Harold Polis en mijn spitsbroeder Kaiser Kris. Vervolgens neem ik enkele weken vakantie. En dan neem ik de draad weer op met opperkok Vatelski... euh Vitalski.
  • PS: Dank aan Diane voor de gastvrijheid, alsook aan Saskia, Valérie en Els voor de catering en omkadering. En aan de dames bij Diane die voor een catharsis zorgden.
  • Foto's: Philip Goldface en Coraline Soulier.

woensdag 17 juni 2009

OOT KWISIEN LITERAIR: de eerste try-outs

Nu vrijdag en zaterdag vinden de allereerste try-outs plaats van het literair-culinaire en toneelkundige dialoogstuk dat Vitalski en ik aan het schrijven zijn. De eerste avond is helemaal uitverkocht. Voor de tweede avond is er nog een heel klein beetje plaats (mailen naar vitalski@pandora.be). Meer informatie vindt u hier.

maandag 15 juni 2009

TVlivre pleegt overspel met Felix Timmermans

Want er is ook nog leven buiten Frankrijk. Goede wijn behoeft geen krans, maar soms weet een mens niet meer wat voor heerlijks er in zijn kelder ligt. Vandaag een klein eerbetoon aan de bestofte schrijver uit de Stille Kempen.

donderdag 11 juni 2009

Jean-Claude Izzo: Kaarsen stelen in de kerk

Een kanker wordt Jean-Claude Izzo in 2000 fataal. Je denkt met spijt aan al het fraais dat de 55-jarige auteur nog geschreven zou hebben, zeker als je weet wat hij de laatste vijf jaar allemaal nog uit zijn pen heeft laten vloeien. Het bekendste is zijn Marseillaanse misdaadtrilogie met de dissidente ex-politieagent Fabio Montale als aanstekelijke held. Minder geweten is dat hij daarnaast nog enkele knappe romans schreef die door uitgeverij Geus gelukkig stelselmatig vertaald worden.
  • De zon van de stervenden vertelt het verhaal van clochard Rico die nadat zijn kameraad Titi is gestorven Parijs verlaat en naar het zuiden trekt om in de zon te sterven. Onderweg trekt zijn verleden aan hem voorbij. Zijn mislukte liefdes, zijn vrouw, zijn zoon en hij vraagt zich af hoe hij uiteindelijk in de goot is beland. “Maar natuurlijk viel er helemaal niets te begrijpen. Het was gewoon het leven. Iets tussen twee mensen dat spaak loopt. Als een mislukte afspraak. Gewoon het leven.” Rico’s leven als clochard is geen pretje, maar af en toe valt hem wat kameraadschappelijkheid te beurt, soms zelfs vriendschap, één keer een flard liefde. Wanneer je het niet meer verwacht, serveert Izzo op het einde nog een onverwachte ontknoping.
  • De nu eens melancholische dan weer erg preciese bladzijden over het leven op straat laten je niet onberoerd. Kaarsen stelen in kerken om wat verlichting te hebben, een woord opzoeken in een woordenboek in de Fnac, vechten om een fles wijn, rillen en huilen van de kou en ellende. “Het kwaad is onwezenlijk. Het is als de hel, zolang je niet op de gril hebt gelegen, kun je je er geen voorstelling van maken.” Gelukkige mensen hebben geen geschiedenis.
  • Izzo vindt de juiste woorden en het perfecte ritme om van Rico’s penibele wedervaren, dat makkelijk een moraliserende vertelling had kunnen worden, een zowel vlotlezende als aangrijpende roman te maken. Tegelijkertijd is dit verhaal een maatschappelijk relevant document waarin op pertinente wijze het leven op straat in de verf wordt gezet. Een dubbele aanrader dus.
Jean-Claude Izzo, De zon van de stervenden (vertaald door Marijke Scholts), De Geus. Dit stuk verscheen eerder in Knack.

zondag 7 juni 2009

Maltête van de maand (2): Meerderheid

  • Voortaan zal ik maandelijks bloemlezen uit het fotografische werk van René Maltête (1930-2000), een oeuvre waar de kwinkslag nooit ver weg is.
  • Wie is René Maltête?
  • De voorlopige reeks van Maltête van de maand.

vrijdag 5 juni 2009

Catherine Millet: "Jaloezie"

Zeven jaar na de spraakmakende ontboezemingen in Het seksuele leven van Catherine M. (2001) publiceerde Millet het pas vertaalde Jaloezie. Hierin geeft de zelfverklaarde ster van de vrije liefde toe dat ze lijdt aan de in de Nederlandse vertaling tot titel gebombardeerde kwelling.
  • Na de ontdekking dat ze zelf meermaals het slachtoffer van ontrouw is geweest en nog steeds is, onderwerpt Millet de bewijstukken (foto’s en brieven) aan een hermeneutische ontleding. Ze probeert van haar partner zoveel mogelijk details los te peuteren. “Hoe minder ik erin slaagde het geheugen van Jacques open te breken, hoe meer mijn verbeelding overuren draaide en bij vlagen machteloos was.”
  • De hersenschimmen die ze zoekend in de broekzakken van haar geliefde aantreft, duiken even later onweerstaanbaar op in haar masturbatievisioenen. Zo verschaft de jaloezie haar niet alleen pijn, maar ook genot. De gerespecteerde kunstcritica ontleedt deze “ondraaglijke en heerlijke foltering” tot in de kleinste details in een zowel cerebraal als lichamelijk verslag. Uiteindelijk beleeft ze niet meer het seksuele leven van Catherine M., maar dat van Jacques, weliswaar zoals haar op hol geslagen verbeelding zich dat angstvallig voorstelt.
  • Gaandeweg probeert ze zich te ontdoen van “deze poel van bloedzuigers” om weer samen te zijn met “de man met het zuivere geweten in de zorgeloze wereld die hij bewoonde.” Dat is een lang proces. Zij wier lusten haar regelmatig ver van Jacques hadden afgeleid, wordt na verloop van tijd bij vlagen werkelijk waanzinnig van afgunst en nijd, en gaat in analyse om overeind te blijven. Net in die periode schrijft ze nochtans haar pornografische bestseller waarin ze ongebreideld de vrije liefde bezingt. Het is die genadeloos ontrafelde persoonlijke tragiek die van dit boek een krachtiger egodocument maakt dan het vorige, dat weliswaar een ingenieuze maar vooral zielloze radiografie van een seksleven was.
Catherine Millet, Jaloezie. Het andere leven van Catherine M., De Bezige Bij, vertaald door Martine Vosmaer en Karina Van Santen. (Dit stuk verscheen eerder in Knack)