dinsdag 20 februari 2018

Abdij van Royaumont

Had ik u al gezegd dat ik momenteel in de middeleeuwen vertoef? 
Wel, ik ben van plan nog even te blijven.  










dinsdag 13 februari 2018

"Je n'ai pas vu le temps passer" (Aznavour)

Vandaag zit ik de hele tijd in de middeleeuwen, maar acht jaar geleden was ik op dit moment volop Chanson aan het schrijven. Fijn dat er af en toe een leesverslag verschijnt dat je aan die wonderlijke schrijfmaanden doet terugdenken.


Tea Van Lierop

maandag 12 februari 2018

Caryl Strzelecki

Deze Brel is een cadeautje van Caryl Strzelecki. Hij stuurde het me nu alweer enkele maanden geleden op. Merci Caryl voor al die schoonheid, en blijf vooral tekenen!

Om zijn sterke "work in progress" over Van Ostaijen te bewonderen, moet je naar zijn Facebook-pagina.



 

donderdag 8 februari 2018

Michel Fugain live in Rijsel


Dat dit er nog niet van gekomen was! Michel Fugain live, hier met zijn toch onvergetelijke “une belle histoire”, dat vooraan in de set zat en niet eens het hoogtepunt van zijn optreden was. Fugain slaagde er goed in contact te leggen met zijn publiek, zorgde voor een uitgelaten sfeer, bleek een goede verteller ook, en hij beschikte alvast gisteren nog steeds over zijn sinds 1972 onveranderde stem. Die “grain de la voix” was het sesam-open-u voor een aandoenlijke reis over de “boulevard des Souvenirs”. Om hem te parafraseren: "Il chantait comme s’il devait mourir demain". Alweer een fijne avond in het Théâtre du Sébastopol in Rijsel. Die stad ligt vlakbij Vlaanderen en alle groten van het chanson komen er geregeld langs. Ik zeg het maar.

maandag 5 februari 2018

Het geluk van de vertaler: Posson & Arreola


De eerste keer dat ik Guy Posson zag, was ik een jong broekje, een student Romaanse filologie, nog niet droog achter de oren, ergens weggedoken in een grote aula. Vooraan op het podium zat de heer Posson te oreren in het Spaans. Over García Márquez, over Fuentes, over Arreola ook. Posson had een rechtstreekse lijn met deze heren. Het gerucht deed de ronde dat hij zelfs nog García Lorca had geïnterviewd. Het was 1992 en Posson leek schier onbereikbaar.

De tweede keer dat ik Guy Posson zag was ik nog altijd redelijk jong en enigszins veelbelovend, maar dat alles reeds in mindere mate. Met enige deernis had men me toegelaten tot het bestuur van PEN Vlaanderen en aan het andere eind van de lange tafel zat secretaris Posson. Naast hem leek voorzitter Geert van Istendael een ondeugende jongeling. Het was 2007 en Posson, de man die ooit nog Fuentes op zijn loodzware tikmachine drie woorden had horen tikken en er zich toen over verbaasde dat die gebeurtenis tien minuten had geduurd, leek stilaan minder onbereikbaar.

De derde keer dat ik, of liever, de derde context waarin ik Guy Posson leerde kennen was Pirou. Niet “Pérou”, al had hij dat zelf wellicht liever gehad. Neen, in het kleine Normandische kustdorpje namen we samen deel aan het literaire festival Pirouésie. Tussendoor bezochten we middeleeuwse kastelen en ander Normandisch erfgoed. In de prachtkathedraal van Coutances hoorde ik de heer Posson twee uur lang zuchten. Posson, de man die beter dan wie ook kan zuchten van bewondering, liep nu gewoon aan mijn zijde. Hij sliep zelfs in hetzelfde huis, we dronken uit dezelfde flessen. Het was 2015, en ik werd bijna nostalgisch naar 1992.

Zo maakte ik gaandeweg kennis met het geheim van Posson. Hij liep al jarenlang rond met een vertaling van een door hem gemaakte selectie verhalen van Juan José Arreola. Een Mexicaan die ooit zuchtend van bewondering naast Posson door Brugse straten slenterde, een man die ooit uit dezelfde flessen als Posson had gedronken, een literair monument uit Zuid-Amerika die Guy zo graag aan het Nederlandstalige lezerspubliek had geschonken. Maar geen uitgever die er oren naar had.

Het toeval wilde dat de kleine uitgeverij Oevers me had gevraagd om een voorwoord te schrijven bij de eerste vertaling sinds mensenheugenis van “Arsène Lupin”. Die samenwerking was zo goed verlopen, en uitgever Martijn Couwenhoven leek me zo open te staan voor avontuur, dat ik Guy zei die man te contacteren met mijn groeten. Schouderophalend stuurde Posson zijn op eiken vaten gerijpte vertaling naar Couwenhoven.

Zoals het een Nederlander betaamt, zat Couwenhoven die zomer op een camping. Het was augustus 2017 en tussen zijn uit de Albert Heijn meegetroonde levensmiddelen las Martijn de verhalen van Arreola. Toen geschiedde een wonder. Couwenhoven hoorde zichzelf weldra spinnen van tevredenheid en stuurde drie uur (!) later een mail naar Posson. Dat hij maar wat graag die Arreola wilde uitgeven.

In tranen belde een uitgelaten Posson mij op. En vertelde hij van het wonder. Dat hij dat op zijn achtenzeventigste nog mocht meemaken. Posson had me maar wat graag door de telefoon gehaald om me te omhelzen.

Dat het mirakel van Pirou voor altijd in het boek van onze vriendschap gebeiteld staat zal u, beste lezer, worst wezen. Daarentegen moet u nu zonder enige twijfel naar de boekhandel rennen om dit nu eens poëtisch dan weer licht absurd universum in huis te halen. Lees ze traag, deze wonderlijke verhalen, traag genoeg om de schoonheid zo lang mogelijk te rekken. Het verbaast me niet dat Annelies Verbeke​ - de ongekroonde koningin van het kortverhaal - deze Arreola onstuimig heeft omarmd.


(Op de rechterfoto (boven) staat ook Ingrid Vander Veken, die er destijds ook bij was in het bestuur van PEN Vlaanderen. Afgelopen zaterdag kwam zij in de Groene Waterman mee delen in de vreugde van Guy Posson.)




Nog deze selfie, en wel om de man rechts in beeld 
voor het voetlicht te brengen: uitgever Martijn Couwenhoven.


woensdag 31 januari 2018

Enkele dagen onderweg

Vergaderen over de middeleeuwen in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam.

De Bourgondiërs, ook in Groningen.

Ik mocht de "Dag van Taal, Kunsten en Cultuur" openen op de universiteit van Groningen. Een fijne eer. Volgt u mee de weg die ik aflegde tot in de prachtige Aula?







Groningen in de mist

Op de terugweg nog een optreden gedaan in de bibliotheek van Hengelo. Heel warme avond.

Terug in Antwerpen. Samen met Frank - "Eddy"- Mercelis bij BREL. Waar anders?
Nog eens Yurek Onzia en Warre Borgmans ontmoet. Was erg gezellig. De laatste was weer helemaal in vertelmodus. Daarna volgde alweer het kloosterleven: thuis verder schrijven aan het nieuwe boek.


donderdag 25 januari 2018

Sammy Decoster

Wat een geweldig nieuws! Quelle bonne nouvelle! In maart volgt er eindelijk een nieuwe plaat van Sammy Decoster. Dat is geleden van het prachtige Tucumcari uit 2009. Ik begon al een beetje te wanhopen. Onterecht dus.

-----------------

In Chanson. Een gezongen geschiedenis van Frankrijk (2011) schreef ik over hem het volgende - twee paragrafen uit het laatste hoofdstuk.


‘In Frankrijk eindigt alles met een lied’ is een weliswaar apocrief citaat uit een theaterstuk van Beaumarchais, maar heeft een aanzienlijk waarheidsgehalte. Terwijl ik mijn boek afwerk, luister ik onafgebroken naar mijn laatste ontdekking : Tucumcari, het pas verschenen debuutalbum van Sammy Decoster. Gebogen over mijn laptop duik ik steeds dieper in het universum van dit aanstormende talent. Tucumcari is de naam van een dorp in New Mexico, gelegen aan de Route 66. 

De muziek van Decoster roept het beeld van een lange reis op. Het singletje L’homme que je ne suis pas (De man die ik niet ben) heeft het over een ‘liefde die eindigt op een veld van koolzaad’. Hoe Amerikaans zijn muziek mag klinken, hoe groot de invloed van Neil Young, Johnny Cash en Elvis Presley ook is, Decoster zingt overwegend in het Frans en keert na een verblijf in de Parijse randstad terug naar de streek waar zijn wortels liggen, vlak bij Rijsel, het noorden, het land van rode bakstenen en koolzaadvelden. Ook die dimensie sijpelt door in zijn muziek. Decoster heeft niet alleen goed naar de oude Amerikaanse meesters geluisterd. Je moet nog een flard Calexico en een scheut Jeff Buckley toevoegen. Bovendien hangt ook de Franse schaduw van Alain Bashung, Stephan Eicher en Noir Désir over zijn werk.

-----------------

Hieronder alvast een heerlijk opwarmertje.
L'homme sans voix.
Meer in maart dus.


vrijdag 19 januari 2018

Kerstlectuur: Pablo Martín Sánchez en André d'Hôtel





L'instant décisif (vertaling van Tuyo es el mañana, 2016) is zowel vormelijk als narratief een pareltje. Pablo Martín Sánchez vertelt van uur tot uur wat er gebeurde op de dag van zijn geboorte, en doet dit vanuit het standpunt van verschillende personages (waaronder een hond en een schilderij). Gaandeweg raken alle personages met elkaar verwikkeld, en in een geweldige slotscène komen ze allemaal samen. Deze originele roman is spannend, grappig en schetst een mooi beeld van de Spaanse democratische overgang na de dood van Franco. Tegelijk klaagt het de grootschalige Spaanse zwendel in baby's aan, met tienduizenden, volgens sommige bronnen zelfs honderdduizenden slachtoffers. Eerder al verscheen van Martín Sánchez in het Frans Frictions, een verhalenbundel die net als de roman ik graag een keer in het Nederlands vertaald zou zien. Ook schreef hij het zeshonderd pagina's tellende El anarquista que se llamaba como yo, een enthousiast onthaalde historische roman over een anarchist uit het begin van de twintigste eeuw die dezelfde naam als de auteur had. Helaas is mijn Spaans te ver weggedeemsterd om dit nog ontspannen te kunnen lezen, ik wacht dus op een Franse, of waarom geen Nederlandse vertaling?

Onlangs ontdekte ik het oeuvre van André Dhôtel, met Le Mont Damion (1964) als voorlopig hoogtepunt, al kun je net zo goed L'école des cancres (voor het eerst in boekvorm verschenen in 2007) of L'enfant qui disait n'importe quoi (1968) van hem lezen.  Het werk van d'Hôtel valt moeilijk te vergelijken met dat van andere schrijvers. Misschien komt het universum van Le grand Meaulnes (van Alain-Fournier) nog het dichtst in de buurt. Meestal vertelt Dhôtel het verhaal van iemand die anders is, die dromerig, slungelachtig, ambitieloos (volgens velen hersenloos) door het leven stapt, flaneert, slentert. We volgen zijn personages op hun tochten door de natuur, hun ontmoetingen met al dan niet wilde dieren, hun tegenslagen, hun pogingen om toch in de maatschappij te worden opgenomen. Zijn proza heeft een betoverende kracht die je in een soort van roes brengt, die ik met weinig andere lectuurervaringen kan vergelijken. Maak zeker de proef op de som, al moet ik wederom zeggen dat er nog geen Nederlandse vertaling beschikbaar is. Er blijft voor uitgevers en vertalers nog altijd veel  interessant werk te verrichten.

Ik las bovenstaande boeken tijdens een Catalaans uitje in de kerstvakantie. 




woensdag 17 januari 2018

maandag 15 januari 2018

Inspirerende staat van context

Koen Broucke, Het maanleger,
naar een achttiende-eeuwse schets.
(prachtig werkje)

Gisteren eindelijk de intrigerende tentoonstelling Manen en Laarzen van Koen Broucke gezien. Zijn picturale kijk op vergeten Turnhoutse veldslagen verschijnt alsof het deel uitmaakt van de vaste collectie van het Taxandriamuseum. Soms ontstaan dialogen. Zo hangt een van zijn werken vlakbij een Napoleon-inktpot. Dat kan onmogelijk toeval zijn, want hij maakte ook de werken voor de voorstelling waarmee Geert Hellings en ik vanaf maart opnieuw het land doorkruisen.

Broucke, schilder en doctorandus in de veldslagkunde, zoemt in op de herdenkingen van de veldslag van Tielenheide (1597) en vooral de Slag van Turnhout (1789). Koen is een wandelende kunstenaar, een lezende ook. Hij verkent oude slagvelden, duikt in archieven. Hij kijkt, hij voelt, hij ruikt, hij leest... Zo verzinkt hij in een inspirerende staat van context. Tijdens zijn zoektocht viel het hem op dat er in de beeldvorming een merkwaardige tegenstelling bestaat  tussen hemelse interventies zoals een maanleger, ballon- en hemelvaarten, spirituele tussenkomsten en de bittere realiteit van het slagveld. En hij stelde vast dat als het op vechten aankomt, schoenen belangrijker zijn dan eten. De maan symboliseert voor Broucke het bovennatuurlijke, schoenen het aardse.

Hij zet hier zijn artistiek-historische zoektocht verder die hem al naar talloze plekken van al dan niet memorabele veldslagen voerde. Het is niet meer dan logisch, denk ik als ik het museum verlaat, dat we hem destijds vroegen om werken te maken bij de Napoleon-voorstelling.

Hoor Koen hier zelf aan het werk over zijn bijzondere voorstelling. Of bekijk hier de trailer. Ga vooral zelf kijken. Echt een aanrader. Nog te bezichtigen tot 31 januari.



vrijdag 12 januari 2018

Vertelkracht en onderwijs

Een half jaar geleden interviewde Frans De Clercq me voor Proff, het blad van de leerkrachten Frans. Dit gesprek over onderwijs, optreden en schrijven viel hier nu in de bus. Opmerkelijk hoe zeer een interview een momentopname is: ik had net de Napoleon-tournee achter de rug - de herneming komt eraan - en die voorstelling was helemaal in mijn lijf én woorden gekropen. Vandaag zou ik het wellicht de hele tijd over de middeleeuwen hebben.

In een antwoord op een vraag over het verband tussen vertelkracht en onderwijs haal ik Matthijs van Nieuwkerk aan die ooit stelde dat ik “de gedroomde leerkracht” zou zijn. Gelukkig relativeer ik dat door te zeggen dat hij overdreef, dat vertellen gewoon mijn aard is, maar de essentie liet ik onvermeld. Ik was zeker niet de gedroomde leerkracht, de waarheid is op dat vlak namelijk nogal simpel: een verteller maakt nog geen goed leerkracht - wellicht is het omgekeerde veeleer het geval.

(Hoe zeer ik mijn best ook deed, destijds kreeg ik de leerlingen lang niet altijd mee. Lag het aan mij? Lag het aan hen? De waarheid zal in het midden liggen. De situatie is nu anders. Mensen die een ticket betalen om te komen luisteren, zijn in zekere zin per definitie geïnteresseerd. Het is een dankbaar publiek.)

Merci aan de redactie van Proff voor de gewaardeerde interesse.

Uiteraard wens ik elke leerkracht, van kleurklas tot zesde middelbaar, een soepele rentrée toe: u oefent de belangrijkste job ter wereld uit.


(Het hele interview kunt u hier nalezen).

zondag 7 januari 2018

RIP France Gall

Weer een stuk van ons verleden weggeslagen. Stilaan worden we ouder. Maar, "évidemment, on dansera encore sur les accords qu'on aimait tant".

Zondagochtend gaf ik een eerste reactie op Radio 1. Opgenomen tien minuten nadat ik het nieuws hoorde. 's Avonds volgde nog een gesprek in Time Out bij Michael Robberechts, weer op Radio 1. Dit laatste gesprek kun je hieronder herbeluisteren.

Verder nog een lijst met niet te missen nummers uit haar oeuvre.




"Sacré Charlemagne, il jouait du piano debout, évidemment."

Net als eerder bij Johnny Hallyday, maakte ik ook nu een Spotify-lijstje met essentiële France Gall-nummers. Alle afspeellijsten vindt u rechts in de marge.

"Débranche, ne sois pas si bête, c'est bon que tu sois là."









Ik dook nog even in mijn archieven. 


Nog een onbekend nummer ter afsluiting, komt van haar eerste plaat met Berger uit 1976, haar artistieke (weder)geboorte, een breuk met het verleden. "Ce soir je ne dors pas". Heel mooi in zijn breekbaarheid.





PS: Er is de afgelopen dagen veel over France Gall geschreven. Dit vond ik één van de mooiere stukken, van de hand van Mario Girard: Pourquoi je déteste France Gall (waarom ik France Gall haat). Erg lezenswaardig!

donderdag 21 december 2017

Bourgondische wonderen

Grote Ronde Piëta, ca. 1400.



Wilt u even de sfeer opsnuiven van mijn in de maak zijnde boek? Het Rijksmusem licht dezer dagen een tipje van de sluier op.  Johan Maelwael - de eerste bekende schilder uit onze geschiedenis en voorganger van Jan van Eyck aan het Bourgondische hof - wordt er stijlvol gevierd.


In een hoekje stonden ook drie pleurants van Klaas Sluter, afkomstig van het praalgraf van Filips de Stoute. Eerlijk is eerlijk, Maelwael is prachtig, maar het werk van Sluter, dat is gewoon van het mooiste dat ooit werd gemaakt. Nogal wiedes dat ik de oude Hollander regelmatig door mijn pen zie kruipen...







Kijk naar die handen. Die blik. Springlevend en echt.

Pleurants, eind veertiende, begin vijftiende eeuw.





















dinsdag 19 december 2017

Austerlitz de l'amitié

Ik zal het maar toegeven, soms weegt het nieuwe boek zwaar. De middeleeuwen hebben een pittig soortelijk gewicht. Tijd om iets minder ver in de tijd terug te kijken.
Drie jaar geleden trokken Geert Hellings en ondergetekende langs Vlaamse en Nederlandse boekhandels. Napoleon was verschenen en daar wilden we wel wat verhalen en muziek tegenaan gooien. Uit die plezierige rondgang distilleerde we later onze theatervoorstelling die het komende voorjaar in herneming gaat, en die zich naar verluidt makkelijk laat inpakken onder een kerstboom, een enveloppe volstaat. Er ontspon zich een warme camaraderie tussen ons, en die vriendschap is een van de mooiere dingen die me de voorbije jaren is toegevallen.

18 december 2014
Tussen onze optredens in Amersfoort en Assen hielden we  een tussenstop in Austerlitz. Niet in Tsjechië, maar in een Nederlands dorp gesticht door (toen nog generaal) Marmont. In Egypte had hij piramiden gezien en toen zijn achttienduizend koppig leger zich begon te vervelen, dacht hij: dat kunnen we net zo goed in Holland voor elkaar krijgen. Enkel uit zand samengesteld rees in 1804 De Marmontberg uit de grond. Na de overwinning bij Austerlitz zou die tot Marmonts ergernis omgedoopt worden tot De Pyramide van Austerlitz (met een 'y' zoals in het Frans). In de napoleontische machtspiramide kon er maar eentje bovenaan staan.