Posts tonen met het label Laurent Graff. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Laurent Graff. Alle posts tonen

maandag 31 mei 2010

Vederlicht pluimgewicht

Laurent Graff wordt alom de literaire hemel in geprezen. In Frankrijk, maar ook in ons taalgebied. Het is verleidelijk om voetstoots te omarmen wat overal als waarheid wordt uitgeroepen. Bij de romans van Graff worden steevast de krachttermen vederlicht en diepgravend bovengehaald. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zijn laatste roman Je laatste foto weliswaar een pluimgewicht is, maar dat de diepzinnigheid wel erg lang op zich laat wachten.
  • Fotograaf Alain Neigel wordt door zijn minnares uitgedaagd om zijn fototoestel weer boven te halen. Dat had hij twintig jaar tevoren opgeboren nadat hij in een razende vervoering zijn toenmalige aan kanker lijdende vrouw gefotografeerd had op zoek naar “de volmaakte icoon die haar zou overleven”. Dat eeuwige kiekje werd hem niet vergund, zijn vrouw stierf, en nooit zag hij nog om naar zijn foto’s. In Rome fluistert een man hem geheimzinnig toe dat hij “nog maar één foto heeft”. Geïntrigeerd raakt hij verzeild in een bizarre queeste naar het ultieme laatste beeld.
  • Alles is voorhanden om de lezer te verleiden tot een beklemmende romaneske reflectie over ons verlangen naar eeuwigheid, maar wat ons geserveerd wordt geraakt niet verder dan wat vage poëtische reflecties over aanvaarding, onmogelijkheid en eindigheid. Er zijn leuke vondsten en grappige interventies, maar het geheel is zo mager dat Graff net als in De schreeuw de meubelen tevergeefs tracht te redden door zijn verhaal een magisch-realistische toets te verlenen. Er zijn ongetwijfeld interessantere Franse romans die een vertaling verdienen.
Laurent Graff, Je laatste foto, Nijgh & Van Ditmar, vertaald door Han Meyer, verscheen eerder in Knack.

donderdag 28 mei 2009

Laurent Graff: De schreeuw

“Ik heb niet veel gereisd in mijn leven. Of je trekt de wereld over of je laat de wereld aan je voorbij trekken. Uiteindelijk zie je hetzelfde.” De anonieme tolbeamte uit De schreeuw van Laurent Graff houdt opvallend veel van zijn weinig afwisselende job. Wanneer steeds minder auto’s passeren langs het tolstation op de autostrade vindt hij dat ook helemaal niet erg. De enkelingen die toch nog passeren, zitten met een pijnlijke grimas achter stuur. De wereld wordt immers geteisterd door “een heel zwak signaal” dat dag na dag toeneemt in intensiteit. “De pijngrens ligt op honderd decibel. Het geluid lijkt dan op een schreeuw, een kreet, een jammerklacht.” Mensen kwijnen weg, de aarde raakt ontvolkt. De tolbeambte behoort tot de zeldzame individuen die om mysterieuze redenen volstrekt ongevoelig zijn voor het geluid, alsof ze “op een andere golflengte” zitten. Hij trekt erop uit en vindt in een wagen De schreeuw van Edvard Munch dat enkele weken eerder was gestolen. Graff suggereert dat er een verband is omdat het geluid kort na die diefstal is begonnen. Het anonieme hoofdspersonage maakt er zich niet veel zorgen om en wandelt met De schreeuw onder de arm een wereld vol pijn en lawaai in.
Munchs schilderij is een psychisch zelfportret gebaseerd op een traumatische ervaring. Het mysterieuze einde van deze roman leert dat ook de tolbeambte niet door het leven gespaard werd. Dit boek blijkt uiteindelijk en literaire verwerking van de pijn die Alphonse de Lamartine in 1820 op onverbloemd romantische wijze uitschreeuwde: “Un seul être vous manque, et tout est dépeuplé.” Graff schreef een luchtige parabel over grote droefheid die een mens verscheurt, en hem letterlijk van de wereld afscheurt. Toch is De schreeuw geen grote roman, daarvoor blijft het boek helaas iets te uitdrukkelijk het resultaat van een al te overdachte surrealistische constructie.
LAURENT GRAFF, DE SCHREEUW, NIJGH & VAN DITMAR, 128 BLZ., 16,50 EUR, VERTAALD DOOR HAN MEYER. DIT STUK VERSCHEEN EERDER IN KNACK.