woensdag 24 februari 2010

TVlivre: De wijn van Baudelaire

TVlivre steekt na een periode van stilzwijgen opnieuw van wal met een schier onbekende, maar bloedmooie tekst van Baudelaire. Ik ontdekte "De wijn" als bij toeval -zo gaat dat vaak met schoonheid- vertaalde de zintuiglijke woorden van de grote Franse dichter, smokkelde ze Als kok in Frankrijk binnen en tracht ze u bij deze heropstart van TVlivre met succulunte bevlogenheid voor te dragen.
U kunt zich met enkele klikken gratis abonneren. Alle filmpjes van TVlivre staan voortaan verzameld op dit onlineboekenkanaal.

dinsdag 23 februari 2010

Wist u dat Alexandre Dumas een mulat was? Herrie in Frankrijk over Gérard Depardieu

De film L'Autre Dumas van regisseur Safy Nebbou zorgt voor controverse. Gérard Depardieu speelt de rol van Alexandre Dumas, de schrijver van onder andere De Drie Musketiers. Een deel van het Franse bioscooppubliek vindt Depardieu een foute keuze.
  • De immer nieuwsgierige radiomaker Koen Fillet vroeg het zich af en belde me op met enkele prangende vragen. U kunt het gesprek hier herbeluisteren. (Feiten en Fillet, Radio 1).
  • De gelegenheid om nog eens een oud filmpje van TVlivre op te duikelen. Een klein eerbetoon aan Alexandre Dumas. Binnenkort komen er trouwens nieuwe filmpjes op dit ondertussen vernieuwde boekenkanaal.

zaterdag 20 februari 2010

Succesvolle herneming van "Oot kwisien literair" in de Arenberg

Aan het woord is criticus André Oyen: "Na zijn leven met Leterme en een overdosis nat haar kon Vitalski aan de (bulder)drang niet weerstaan om dit aardse circus te ontvluchten en zich hemelwaarts te begeven. Daar treft hij een mede-engel, want dat is hij ondertussen, ene zekere Bart Van Loo, die na een Parijs Retour als een kok (nee niet op zijn Engels) in Frankrijk, net iets te lang vertoefde in een Vermiljoenen Spleet.
  • Beiden vatten ze het duivels plan op om hét hemelse gerecht bij uitstek te ontdekken. Dat kunnen ze uiteraard niet in de hemel, want buiten rijstpap is daar niet veel vreugde te beleven. Dus verlagen ze zich om als Sint Vitalski en Sint Van Loo terug naar aarde weer te keren en daar met enen handleiding van Bart Van Loo (zou dat familie van de schrijver zijn?) in de tijd terug te duiken en daar allerhande lekkers te ontdekken zoals de erwt van Lodewijk de veertiende, die hiermee prinsessen het slapen belette en de croissant van Marie-Antoinette die hiervoor de guillotine kreeg, de Fransen waren en zijn dol op prijzen. Ze geven ook antwoord op de vraag waar Bechamel zijn saus haalde en waarom je van kabeljauw hitsig wordt.
  • Over croissant gesproken, beide heren maken je wel slap van het lachen, en van lachen krijg je honger, maar buiten praten en schrijven over eten laten ze je wel op je honger… of niet?Wel nee, beide engeltjes verkopen en signeren na afloop ook nog delicatessen van hun beider broodheren zijnde Bart Van Loo en Vitalski.
  • Je hoort het dus dames en heren je kan dus geen enkel zinnig excuus bedenken om aan het kruidig woordenspel der engelen te ontsnappen. Dit kan vanavond nog in De Arenbergschouwburg, Antwerpen om 20.30 en elders in het land volgens bijgevoegde kalender."

(het hele stuk van André Oyen kunt u hier lezen)

(Foto's: Dirk Cornelis)

woensdag 17 februari 2010

Van Lautréamont tot Balzac: tentoonstelling Kris Gevers, een aanrader.

Kris Gevers (1973) is een Antwerpse kunstenaar met Kempische roots. Hij studeerde schilderkunst en nadien ook nog wat filosofie en filmkunst. De tegelijktertijd frivole als ernstige Gevers schildert, maakt korte fictiefilms en werkt voor het theater. Hij stelde tentoon in Antwerpen, Brussel en Amsterdam en werkte mee aan theaterproducties in Luik en Parijs. Ook schreef hij essays over Marguerite Duras en Georges Bataille. Lees hier een boeiend interview met de man (afgenomen door Tom Iriks) naar aanleiding van zijn nieuwe tentoonstelling Oneigentijdse schilderijen.
De man hangt prominent in mijn woonkamer sinds hij me na het lezen van Parijs retour een werkelijk schitterend portret van Balzac cadeau deed.
Arendsogen bemerken onderaan dit mooie stukje portretkunst de welgekozen woorden die Gevers bij wijze van handtekening toevoegde: “Bart, voor de hartstocht, de mens dus, Kris.” Je kunt Balzac niet beter samenvatten. Het oeuvre van Gevers is trouwens erg literair geïnspireerd. Vele voorbeelden zijn mogelijk (zijn portretten van Marguerite Duras of Gegor von Rezzori), maar ik houd het hier bij het opmerkelijke werk dat hij uit Lautréamonts Zangen van Maldoror distilleerde.
'Gedurende mijn hele leven heb ik gezien dat de mensen met hun smalle schouders, geen enkele uitgezonderd, talrijke en domme daden doen, ik zag dat ze hun medemensen verdierlijkten en de zielen met alle mogelijke middelen slecht maakten. Zij noemen het motief van hun daden: de roem. Bij het zien van dit schouwspel wilde ik lachen zoals de anderen, maar die vreemde nabootsing was mij niet mogelijk. Ik nam een mesje met een vlijmscherp lemmet en ik spleet het vlees op de plaats waar mijn lippen bij elkaar komen. Een ogenblik geloofde ik dat mijn doel bereikt was. Ik bekeek in de spiegel die mond, die ik verwond had door mijn eigen wil! Het was en vergissing! Het bloed dat overvloedig uit de twee wonden vloeide, verhinderde trouwens te onderscheiden of dat nu werkelijk het lachen van de anderen was. Maar na een korte vergelijking zag ik wel dat mijn lachen niet leek op dat van de mensen, dat wil zeggen ik lachte niet.'
Comte de Lautréamont, De zangen van Maldoror, Eerste zang.

dinsdag 16 februari 2010

Uitzonderlijke herneming "oot kwisien literair"

  • vrijdag 19 en zaterdag 20 februari - Arenbergschouwburg Antwerpen
  • 070/222.192

maandag 15 februari 2010

Wat een Fransman tot Fransman maakt

Bedenkingen bij Sarkozy's identiteitsqueeste en bij Verhofstadts commentaarstuk in Le Monde.

Frankrijk lijkt collectief aan het duizelen te gaan. Iedereen kijkt likkebaardend toe. Opiniestukken verschijnen, praatprogramma’s op tv richten de blik op onze zuiderburen en de wat naar de achtergrond verdrongen Guy Verhofstadt staat dankzij zijn commentaar in Le Monde weer in de schijnwerpers.

President Sarkozy vatte het idee op om via grootscheepse discussiefora een zoektocht te ondernemen naar wat een Fransman juist tot Fransman maakt. Op de virtuele fora liepen de discussies uit de hand. Verhofstadt heeft het over een “verzamelplaats van reacties met een muf Vichy-parfum”. Mooi gevonden, maar je kunt even makkelijk hallucinante slogans verzinnen bij het aanschouwen van de fora van onze kwaliteitskranten. Verkondigde Peter Vandermeersch onlangs niet dat onbetamelijke reacties voortaan verbannen zouden worden? Het internet lijkt toch niet de zaligmakende weg naar universele broederlijkheid.

Dat neemt niet weg dat Sarkozy nu de rekening gepresenteerd krijgt. Hoe graag hij ook het gras voor de voeten van extreem-rechts had weggemaaid, hij moet toezien hoe Le Pen en co niet uit de pers weg te slaan zijn. Missie mislukt, zoveel is duidelijk. Wat rest zijn zogenaamde maatregeltjes als een Franse vlag in de klas, en de nationale hymne verplicht uit alle jonge kelen. Dat levert ongetwijfeld surrealistische beelden op. Elzassische en maghrebijnse Fransoosjes die hand in hand de laatste verzen van de Marseillaise scanderen: “Qu’un sang impur abreuve nos sillons”. Opdat een onzuiver bloed onze akkers drenke.

Frankrijk is het land van de laïcité (scheiding van kerk en staat, Jules Ferry, 19e eeuw), van de scheiding der machten (Esprits des lois van Montesquieu) en van geëngageerde intellectuelen (Voltaire, Hugo, Zola, Camus) die ervan overtuigd zijn dat ze met hun pen de werkelijkheid kunnen smeden. Maar la douce France is ook het land van de affaire Dreyfus (antisemitisme à volonté), van het collaborerende Vichy-regime en van het Front National. Het was ook de thuishaven van Jean-Jacques Rousseau (die eigenlijk een Zwitser was), van de Cubaans-Amerikaans Anaïs Nin die in Sarkozy’s Neuilly-sur-Seine geboren werd en vele jaren in Parijs leefde. De gerenommeerde Prix Goncourt ging de laatste jaren naar een ingeweken Senegalese (Marie Ndiaye) en Afghaanse (Atiq Rahimi) auteur. Of denk aan het exploot van Danny Boon, die als zoon van een Algerijn tekende voor de meest bekeken Franse film aller tijden (Bienvenue chez les Ch’tis). Sarkozy, zelf de zoon van een Hongaarse immigrant, had moeten weten dat de Franse identiteit niet in een vast omlijnde vorm te gieten viel.

De man die peilde naar de roerselen van de Franse identiteit is ironisch genoeg de eerste president van de Vijfde Republiek die de nationale cultuur minder hoog in het vaandel draagt. Een tijdje terug joeg hij de literatuurliefhebbende Fransen (en God weet dat het er veel zijn) de gordijnen in door te beweren dat iemand die achter een loket werkt geen baat heeft bij het lezen van La Princesse de Clèves (psychologisch pareltje uit 1678). Sarkozy’s beleid is een uitvergroting van wat in ons onderwijs al lang aan de hand is: het opdringen van allerlei communicatieve vaardigheden ten koste van zogenaamde nutteloze kennis.

Wat ik niet begrijp is waar al die vaardigheden toe dienen als er geen inhoud meer is waarover gecommuniceerd kan worden. Boeken en films kunnen, net zoals sport en amusement, zinvol zijn als ik met een loketheer meer medemenselijkheid wil uitwisselen dan de juiste plaats voor een handtekening. Wat niet betekent dat je in het middelbaar onderwijs materie van universitair niveau moet voorschotelen zoals in Frankrijk helaas vaak gebeurt. Maar het kind met het badwater weggooien zou onvergeeflijk zijn.

Verhofstadt heeft gelijk dat je niet verkrampt over nationale identiteit moet zeuren, maar zijn uitroep in Le monde dat “het belangrijkste niet is te weten waar je vandaan komt, maar naar waar je gaat” is een bedenkelijke stelling. Het geeft beleidsmakers de sleutel in handen om alleen maar vooruit te kijken. Frankrijk heeft een traditie van leiders die hun liefde voor de schone kunsten, literatuur en geschiedenis spontaan tentoon spreiden. Mitterrand was een wandelend leesbevorderingsinstituut, Pompidou bloemleesde de Franse poëzie in een gezaghebbende anthologie en de Villepin schreef essays over literatuur. De belezenheid van dergelijke politici is groter dan die van alle Belgische naoorloogse kabinetten samen. Wellicht vallen er hier en daar wel kunstminnende en veellezende politici in onze contreien te bespeuren, maar ze durven er zich niet op voorstaan. Wat dat betreft, kunnen we zeker iets leren van Frankrijk dat er als geen ander land in slaagt om zijn (onvermijdelijk multiculturele) erfgoed te koesteren. Alleen moeten de volgende Franse presidenten dan wel geen Sarkozy-klonen zijn.

(Deze tekst verscheen vandaag als opiniestuk in De Morgen).

Zin in meer: klik u naar hier en daar.

zondag 14 februari 2010

Valentijn anno 1915

Foto genomen in het Parijse Palais-Royal. Met dank aan Carine Van Loo.

dinsdag 9 februari 2010

Met Koen Fillet over de geheime krachten van Victor Hugo (Radio 1)

Met Sarkozy achter het stuur moet en zal Frankrijk veel Franser worden. En bij uitbreiding de hele wereld. Wat precies "Frans" is - behalve de taal van Molière - daarover hebben les forces vives du pays al un vaste débat gehouden op aanstoken van minister van immigrantenzaken Besson.

Het Frans moet ook zijn internationale uitstraling en relevantie heroveren op het Engels. Daarover is Jean-Pierre Raffarin al in New York gaan lobbyen bij Ban Ki-moon en bij de EU in Brussel.

En Bernard Kouchner wil dat de Franse culturele instellingen in het buitenland allemaal genoemd worden naar Victor Hugo. Zijn naam moet la visibilité à l'action culturelle française à l'étranger verhogen. Al vinden een aantal Franse ambassadeurs dat niet zo'n aantrekkelijk vooruitzicht.

Dat is de stand van zaken. Koen Fillet (Radio 1) raakte geïntrigreerd en verleidde me tot een snedig gesprekje. Het is altijd weer fijn praten met de gedreven radiomaker van het terecht erg populaire Feiten en Fillet.

zondag 7 februari 2010

Een vermiljoenen avond

Er kan niemand meer bij. De Zwarte Panter zit afgeladen vol. Buiten staan een twintigtal moedigen zich warm te kloppen en te luisteren naar de luidsprekers. Meer dan tweehonderd open monden hadden zich aangemeld om mijn Vermiljoenen spleet! te komen begroeten. Het sneed me even de adem af.
“Beminde parochianen” sprak mijn uitgever Harold Polis tot de meute. Hij eiste hun aandacht op en die zou het publiek niet meer afgeven. Knack-hoofdredacteur Karl van den Broeck benadrukte met opgeheven vuist dat we beiden uit de diepe Kempen afkomstig waren (en dan moest gouwgenoot Vitalski nog aantreden), maar richtte ook zijn aandacht op mijn boek dat hij las als een alternatieve geschiedenis van de Franse letteren, meer nog: een geschiedenis tout court. Hij beklaagde zich dat men hem nooit verteld had dat ook grote schrijvers als Ronsard en Maupassant zulke wufte dartelheden hebben beschreven. Waarna hij zich onomwonden tot onze grote leesbevorderingsapparaat wendde: “Misschien moeten die van de Stichting Lezen O vermiljoenen spleet! in grote getalen achterlaten op de toiletten van onze onderwijsinstellingen.”
Het duo Ariadne van den Brande en Jokke Schreurs serveerden een pakkend Fais-moi mal Johny van Boris Vian. Met het plagerige Kleed mij uit van Juliette Gréco bracht een expressieve Ariadne mijn nochtans koelbloedige uitgever Harold Polis even van zijn à propos.
Toen betrad een doodzieke Vitalski het podium. Gewikkeld in meerdere dekens had hij zich alsnog naar De Zwarte Panter laten voeren. De koorts en de braakneigingen beletten hem niet om het geheime erotische leven van de auteur van de Vermiljoenen spleet! openbaar te maken. Ik bespaar u de details, tenzij dit ene citaat: “Bart Van Loo masturbeert bij het lezen van het laatste hoofdstuk van De drie musketiers.”
Tussen alle ontboezemingen door lanceerde hij ook enkele boeiende bevindingen: “Er is in deze jongen veel hunkering, het fetisjisme van het geschreven woord. Bart Van Loo is een archeobibliofiel die alleen door Boudewijn Büch nog overtroffen wordt. (…) Hij deinst er niet voor terug om standpunten in te nemen maar die standpunten zijn steeds dynamisch en beweeglijk en essaystisch principieel zelfs.” Uiteindelijk verliet Vitalksi het podium, boog zich voorover naar mijn lief en vroeg haar vergeving om alle intimiteiten die hij de wereld had ingestuurd. Ze schoot in een Franse lach.
Zelf las ik nog mijn wedervaren in het Antwerpse Hôtel du Commerce voor, het begin van het boek, en werd toen overrompeld door horden lezers. Om het sneller vooruit te laten gaan, heeft mijn onbetaalbare vader zelf ook maar wat exemplaren gesigneerd. De uitgeverij had stapels boeken meegetroond, maar die volstonden niet om alle hongerigen te spijzen. De manmoedige Koen Fillet die om te beginnen al buiten in de kou had staan luisteren, kon ten slotte zelfs niet eens een boek bemachtigen.
Twee dagen later liep ik André Oyen, criticus van Ansiel, tegen het lijf. Hij vertelde me in de gauwte hoe geweldig hij het vond. Het was inderdaad een opmerkelijke avond. Toen ik thuiskwam las ik zijn blogbericht, en begreep ik dat hij niet de presentatie bedoelde, maar naar het boek had verwezen. Dat had hij, zo bleek, diezelfde nacht nog in één ruk uitgelezen. "Een non-fictiewerk in romantaal geschreven, het is mij zelden overkomen. Met stijgende bewondering heb ik de 280 bladzijden in ijltempo gelezen. Zelden werd ik zo door een boek meegesleurd. Het was ongelooflijk boeiend om in deze wereld van erotiek met zoveel mooie boeken en ook nieuwe elementen rond te dwalen. Het was of ik naar Sherezade zat te luisteren, hongerend naar meer en meer. Mijn god, wat een heerlijk, mooi zondig boek."
Ik slikte. Ik had de eerste officiële lezer van mijn boek ontmoet.
De afgelopen dagen had ik een vinnig radiogesprek met Kurt Van Eeghem (Klara) en een spitant onderonsje met een enthousiaste Ruth Joos (Radio 1). Foto's van Chris Rachel Spatz en Tom van Alphen.

maandag 1 februari 2010

Ik kreeg vandaag een boek voor mijn 37ste verjaardag.

Alleluja! O vermiljoenen spleet! is er, vers gedrukt en bepoteld. Zonet heb ik mijn erotisch kleinood voor het eerst aanschouwd. Verrukkelijk, gracieus en verleidelijk, ik kan er niet afblijven. Leve Gert Dooreman, leve Harold Polis! Dat verdient een feestje, en wel overmorgen.