zondag 25 april 2010

Willem Elsschot in Peking

Een laatste vulkaankroniek vanuit de Chinese hoofdstad.
  • Perfect in uniform gestoken, synchroon in de maat stappend, kin in de lucht, borst vooruit, schoenen feilloos opgeblonken. De militaire bewakers stappen kurkdroog en kaarsrecht de voetpaden af van de diplomatieke wijk in Peking. Het communistische China van Mao lijkt springlevend. Heel even, toch, want net ter hoogte van de Belgische ambassade zie ik hoe een lolbroek, ergens halverwege de parade, gekke bekken trekt. Hij steekt zijn tong uit, trekt zijn neus scheef, spert zijn ogen open en geeft zelfs kleine geluidjes ten beste. Zijn collega naast hem plast bijna in zijn broek van het lachen, maar houdt zich kranig in. Wanneer ze afslaan bij de Belgische vlag kan de ene het niet meer houden en proest het uit. Prachtig om zien. Deze jongetjes, de broekjes zijn wellicht niet eens twintig, tonen aan dat de dodelijke ernst van Mao gelukkig vervlogen tijd is. Maar ze vervullen wel netjes hun plicht. Ze klakken met de hielen, en lossen hun voorgangers af. Eentje hijst zich op een platformpje van dertig centimeter hoog, strijkt de laatste lachkramp uit zijn gezicht en zet zich in de geijkte houding. The changing of the guards, Chinese versie, appellation d'origine contrôlée pékinoise 2010. Ik kom net aanlopen, knipoog en zeg lachend: nihao. Hij groet me terug, en wijst me de weg naar de ingang. Opgetogen loop ik de ambassade binnen.
  • Alle hens aan dek hier. Een twintigtal Belgen troepen samen in de inkomhal. Ze komen zich registreren en informeren. Veel weten de mensen van de ambassade ook niet, maar ze proberen wel de meest wanhopige gestranden te helpen. Gisteren vertrok van hieruit een mailing naar Belgen die in Beijing wonen. Op zeer korte tijd liepen warme antwoorden van een twintigtal families binnen. Van "We hebben een kamer voor een koppel en een kind" via "één twijfelaar voor twee mensen" over "er kan nog een veldbed bij" tot "opblaasbaarbed voorhanden." Niet-rokers zijn duidelijk het meest welkom, iemand vroeg ook naar "bij voorkeur mensen tussen 20 en 30 jaar". Maar de solidariteit is groot. Ook zijn er landgenoten die geen plaats hebben, maar hulp aanbieden. Belgen steken hun handen uit de mouwen voor Belgen. Even Dehaene bellen. De twee studenten die al twee dagen zonder een cent op zak in de luchthaven verbleven, worden zo geholpen. Belgische solidariteit in China. Heel wat Belgen verblijven natuurlijk ook ergens in een hotel of bij vrienden. Eén ding verbindt hen allen: Iedereen wacht op nieuws.
  • Voor mij en mijn vriendin is dat niet anders. Hoe zit het nu juist? Aha, er zou een eerste vliegtuig in Zaventem geland zijn. Uit Turkije. KLM stelt dat een beetje as geen kwaad kan, andere maatschappijen blijven op hun hoede. Zelf hebben we hun terugvlucht bij Finnair, met een tussenstop in Helsinki. We bellen regelmatig, maar het luchtruim blijft potdicht boven Finland. Twee weken hebben we Peking afgedwaald, in een lichte staat van verwondering: heerlijk eten, prachtige monumenten en vooral lachende mensen. Zelden kan je echt met hen praten (Chinezen die het Engels meester zijn, blijven zowat even zeldzaam als Vlamingen die een mondje Chinees kunnen), maar communiceren lukt altijd wel. Welwillendheid, dat is de basis voor alle contact. Toch maar Dehaene bellen?
  • Momenteel zijn we uitgereisd, en bovendien moet ik nu eigenlijk in België zijn om allerlei redenen: lezingen, interviews, optredens, het zijn net twee drukke weken die aanbreken. Over dat alles moet nu een streep getrokken worden. Spijtig is dat zeker want O vermiljoenen spleet! is nog nat van de inkt, en alle aandacht is meer dan welkom.
  • Zaniken helpt niet, het leven gaat verder. Werk moet verzet worden. Er moet niet alleen een nieuw boek af, zelf wil ik ook echt weer aan de schrijf gaan. Mijn vriend Didier Vanderhasselt, onze tweede man in China, biedt me een plekje aan op de ambassade, en zijn laptop. Dus ben ik in de weer. Zopas legde ik samen met mijn lief de laatste hand aan de Franse vertaling van het gedicht "Het huwelijk" van Willem Elsschot. Dat in Peking doen is al een avontuur op zich. Vanavond lezen we onze omzetting voor op een etentje met mensen van de Franse ambassade die Didier opgetrommeld heeft om ons wat vertier te bezorgen.
  • De attaché culturel van de Franse ambassade en de directeur van de Alliance Française in Peking luisteren met open mond naar onze Elsschot. Eerst draag ik het gedicht voor in het Nederlands. Ze begrijpen er geen jota van maar ik trek zodanig van wal dat er hier en daar een wenkbrauw omhoog gaat. Goed zo. "Tussen droom en daad staan wetten in den weg en praktische bezwaren" krijgt een andere kleur in deze context. "Du rêve à l'action on se heurte à des lois, des objections pratiques", en dan de verzen die iedereen altijd maar vergeet: "puis à cette langueur, que personne n'explique, et qui, au coucher, de chacun prend possession".
  • Bij het afscheid nemen, we hebben net onze jassen aan, valt de elektriciteit uit. Definitief. Wat we ook proberen, het licht gaat niet meer aan. Dat is de minste van onze zorgen. Ook de lift werkt niet meer, en dat is natuurlijk een ander paar mouwen. We bevinden ons op de 43ste verdieping. In Peking is dat niet heel abnormaal. Traag maar zeker dalen we naar beneden. Twee lange trappen per verdieping. 38-37-36. Stilaan voel ik enige vermoeidheid in mijn stramme benen sluipen. 26-25-23. Dankzij de Chinese bijgelovigheid slaan we een verdieping over. 19-18-17. Het zweet loopt bij beekjes van mijn kin. 12-11-10 Jawel, het was heel lekker geweest, zeggen we tegen elkaar. En dan, terwijl ik uitpuf bij het raam op de achtste verdieping, hoor ik een aanzwellend geluid in de smog. Een gedaver dat in een windvlaag aansnelt. Lichtjes in de lucht. En terwijl ik mijn haar achter mijn oren draai, zie ik een vliegtuig krachtig door de lucht klieven. "En ook weemoedigheid", zo moet ik denken, "die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat."
  • Deze bijdrage verscheen in De Morgen op 21 april 2010.
  • De officiële Nederlandse benaming voor de Chinese hoofdstad is Peking, maar steeds meer wordt de term Beijing gebruikt.

2 opmerkingen:

Nathalie zei

Het leven is vaak een aaneenschakeling van toevallige kansen, momenten en ontmoetingen.
Zo kon je als gestrande reiziger toch nog het nuttige aan het aangename koppelen om zelfs in China de Franse passie te preken. Veel succes nog bij het schrijven, in boek drie ben ik halfweg!

Een 'clin d'oeil' van bij de oogarts!

Bart Van Loo (1973) zei

Beste Nathalie,

Heel fijn je bij de 'opthalmo' ontmoet te hebben. Zo'n schouderklopjes doen de burger deugd!

A la prochaine,

Bart