zondag 27 september 2009

Brel van de maand (3): "Zangra"

Brel zou dit jaar tachtig geworden zijn. De bekende Belg schreef makkelijk een twintigtal alom gekende klassiekers bij elkaar, maar in het totaal vloeiden er om en bij de tweehonderd liederen uit zijn pen. Je kunt dan ook moeiteloos twintig onbekende parels uit zijn oeuvre distilleren. Dat zal ik maandelijks doen. Hieronder alvast tekst en uitleg bij Zangra uit 1962 (voor €0,99 te grabbel op iTunes).
  • Zangra is als militair gelegerd in het fort van Belonzio dat de vlakte overheerst. Het is daar dat de vijand zal verschijnen, en van hem een held zal maken. Hij wordt luitenant, kapitein en kolonel, en wacht jarenlang op de vijand die hem tot heroïsche daden zal verleiden. “En attendant ce jour, je m’ennuie quelquefois”, klaagt hij. Inderdaad, wie wacht, verveelt zich. Terwijl Zangra ouder wordt, loopt hij zowel de liefde als het heldendom mis. Wanneer hij als generaal op pensioen gaat en Belonzio verlaat, verschijnt de vijand. “Je ne serai pas héros”, zingt hij triest.
  • “Ik ken ontelbare mensen die een boek gaan schrijven”, zegt Brel in een interview uit 1971, maar die voorlopig vasthouden aan hun “handel in augurken of bretellen” en beloven om “over twee jaar alles te verkopen en er werk van te maken.” Brels commentaar is niet mis te verstaan: “Als je echt iets wil doen, moet je onverwijld de mouwen opstropen en krachtdadig je droom proberen te realiseren, op het gevaar af te mislukken.” Die mening vertolkt hij op ingehouden wijze in Zangra, een stijlvolle allegorie van zijn levensfilosofie.
  • Oorspronkelijke versie van Brel:

  • Interpretatie van Florent Pagny op 16 juli 2008 (Olympia). Vergelijk en oordeelt u zelf maar...

woensdag 23 september 2009

Gustave Flaubert krijgt goud

Zopas verscheen een selectie van Flauberts brieven in een 'gouden' Privé-Domeinomslag. De aanleiding om terug te blikken op mijn kennismaking met de meest geïnspireerde mopperaar uit de wereldliteratuur.
  • Ooit ploegde ik half Frankrijk om in de sporen van Victor Hugo, Guy de Maupassant, Honoré de Balzac en andere giganten. De in ons taalgebied wellicht meest gelezen van allemaal hield ik voor op het einde. Het oeuvre van Gustave Flaubert vond dan ook niet meteen de weg naar mijn hart. Tot ik zijn brieven las.
  • Juli 2004. Het is volop zomer. Ik heb behoefte aan Parijs. Tussen al het geschrijf en gereis door wil ik eens gewoon naar de Franse hoofdstad. Naar de basiliek van Saint-Denis, nog een keertje naar het musée Rodin, voor het eerst door de wijk van Ménilmontant, de sfeer opsnuiven van de Franse nationale feestdag... En vooral veel flaneren en lezen, van café naar brasserie. Kijken naar de mensen. Een beetje schrijven. En boekhandels binnenlopen natuurlijk. Op 14 juli valt mijn oog op een selectie uit Flauberts correspondentie, en gebeurt waar ik niet meer op gerekend had.
  • Ik zal niet vergeten waar. Aan een tafeltje van Café Odessa, in de schaduw van de Montparnasse-toren duikel ik alsnog Flauberts werk en leven binnen. Het hele beeld dat ik van hem heb, gaat aan diggelen, maar vooral: zijn brieven grijpen me naar de keel, mijn potlood streept onophoudelijk citaten aan in de marge. De correspondentie loopt over van pessimisme, haat tegenover het burgerdom, twijfels over de liefde en geklaag over de moeizame vorderingen als schrijver.
  • Flaubert maakt brandhout van de mythe als zou inspiratie als een schare engelen boven je dak hangen en ongebreideld door de schoorsteen binnenstromen. Zijn niet altijd even gepolijste zinnen bruisen, zitten vol leven en maken onverwachte bochten. Ze staan mijlenver van het langdurig gerijpte en tot in den treure toe bijgeslepen proza van zijn romans.
  • De sprankelend verpakte bevindingen en inzichten zetten onherroepelijk aan tot schrijven. Tijdens het lezen rijpen ideetjes voor breed uitwaaierende brieven naar de vrouw die sinds enige tijd mijn gedachten in de weg loopt. Als ik die nu eens zou doorspekken met zinnen uit Flauberts briefwisseling? Pronken met andermans veren is natuurlijk uit den boze, maar misschien heiligt het doel de middelen wel.
  • Ik kan niet wachten en begin te schrijven op de witte onderlegger die ik op mijn tafeltje vind. En dan gebeurt een klein wonder. Ik zie mezelf schrijven: "Beste Gustave, jij bent de enige uit dit boek aan wie ik schrijf". Ik aarzel slechts een seconde, bewaar de verbazing voor later, en blijf schrijven. Zo komt het dat Parijs retour eindigt met een hele rits brieven aan Flaubert. Een poging om uit te vlooien waarom zijn oeuvre me zoveel moeite kostte, maar ook een zoektocht naar het antwoord op de vraag waarom literatuur zo belangrijk voor me is. Flauberts brieven bleken een louterend eindpunt van jaren reizen, lezen en schrijven.
  • "Haat is een deugd", schrijft de auteur van 'Madame Bovary' op 8 september 1871, meteen goed voor de titel van de eerste van drie selectieve vertalingen uit zijn correspondentie in ons taalgebied. De keuze is niet onterecht, want hij doet weinig moeite om te verhullen dat hij een wandelende brok haat is. "Ik haat het leven. Het hoge woord is eruit en het blijve zo!" In een uitgelezen gezelschap ontpopt hij zich als een joviale, goedige man, maar teruggetrokken in zijn schrijfkamer, en daar slijt hij het gros van de tijd, verandert hij in een nu eens geestige dan weer cynische misantroop die dat godzijdank van zich af probeert te schrijven in ontelbare brieven. "Je aan inkt bedrinken is beter dan brandewijn. Hoe bits de muze ook is, zij geeft je minder verdriet dan de vrouw."
  • Maar ook dat schrijven wil maar zelden echt vlotten. "De kunst bezorgt me soms aanvallen van wanhoop om van te schreeuwen, en een dodelijke vermoeidheid, en dan voel ik mij uitgeput alsof ik een gebergte op mijn rug tors. Ik crepeer nog wel eens tussen twee volzinnen." Flaubert is de meest geïnspireerde mopperaar uit de wereldliteratuur.
  • De lezers van het onvolprezen Privé-Domein verkozen Haat is een deugd onlangs tot het mooiste ego-document uit de reeks. De concurrentie was nochtans niet van de poes: Stefan Zweig, Elias Canetti, Klaus Mann, Georges Perec... De kluizenaar van Croisset won de strijd der titanen met 22% van de stemmen. Het boek verschijnt nu in een speciale, met goud omlijste editie. Eigenlijk past hier maar één houding: ren als de bliksem naar de dichtsbijzijnde boekhandel en schaf u onverwijld deze jaloersmakend mooi geschreven brieven aan. Weliswaar op eigen risicio. Misschien valt u na afloop ook wel ten prooi aan enige epistolaire hartstochtelijkheid.
Gustave Flaubert, Haat is een deugd, De Arbeiderspers, Privé-domein, vertaling Edu Borger, 288 blz., € 25, dit stuk verscheen eerst op de outsider-blog van het weekblad Knack.

woensdag 16 september 2009

Rentrée littéraire met rimpels

Het spel zit weer op de wagen: honderden Franse romans drummen zich een weg naar de laatste rechte lijn richting literaire prijzen in november.
  • Journalisten hebben de drukproeven al lang gelezen en besproken voor de modale lezer het boek kan kopen. De auteurs hebben bovendien voor de zomer al uitgebreid contact gehad met boekhandelaars die door de uitgevers naar prestigieuze zalen gelokt werden en zo de nieuwe renpaarden van het literaire seizoen alvast in de bek konden kijken.
  • In Frankrijk maakt boekhandelketen Virgin Megastore elk jaar zelfs een belangrijke rentrée-special in samenwerking met het vooraanstaande literaire tijdschrift Lire. Daarin geven boekhandelaars zelf hun mening. Zowel onze uitgevers als boekverkopers zouden daar iets van kunnen leren.
  • Natuurlijk heb je elk jaar enkele incontournables die zich probleemloos van aandacht verzekerd weten. Leveren de ondertussen geruchtmakende 48 uren die Frédéric Beigbeder doorbracht in de bajes ook een goede roman op? De kritiek lijkt Un roman français in ieder geval te kunnen smaken. Is de nieuwe Nothomb een tegenvaller of een echte grand cru? De recensenten neigen deze keer overwegend naar het eerste.
  • Elk jaar zijn er ook enkele minder bekende schrijvers die meteen op een piëdestal gehesen worden. De jonge Marie Ndiaye is wat dat betreft, stevig op weg om met Trois femmes puissantes hét succes van de rentrée te worden.
  • Gewoonlijk gaat de aandacht vooral uit naar jonge debutanten, maar dit jaar zijn er opvallend genoeg ook een aantal oudere nieuwelingen die hoge ogen gooien. Zo weten de 62-jarige José Alvarez (Anna la nuit) en de 59-jarige Brice Matthieusent (Vengeance d'un traducteur) de aandacht van de literaire kritiek naar zich toe te trekken.
  • Het spectaculairste voorbeeld evenwel is de 59-jarige Jean-Michel Guenassia die met het 800 bladzijden tellende Le club des incorrigibles optimistes vriend en vijand verrast. Een rasechte debutant is hij weliswaar niet: in 1986 schreef hij al een detectiveroman.
  • Benieuwd of de gemiddelde leeftijd van de winnaars van de grote literaire prijzen zal stijgen. Daarvoor is het wachten tot november.

zondag 13 september 2009

Legendarische fotograaf Willy Ronis overleden

Na de dood van Robert Doisneau in 1994 en Henri Cartier-Bresson in 2004 verliest Frankrijk nu zijn derde beroemde documentairefotograaf, drie kunstenaars die voor een “humane fotografie” gingen. Ronis, die 99 werd, is vooral bekend voor zijn foto’s van de Lichtstad, maar zijn misschien wel beroemdste foto heet niet zomaar “Nu Provençal” (zie onder). Nu en dan verliet hij het door hem zo beminde Parijs.
Hieronder vindt u enkele van zijn bekendste picturen, maar ook een boeiend interview met de fotograaf n.a.v. zijn 99ste verjaardag waarin hij uit de doeken doet hoe hij die foto’s juist genomen heeft, en hoe hij personen die hij op de gevoelige plaat vastlegde jaren later ontmoette. Opmerkelijk: op vijftig jaar tijd werkte hij met slechts drie verschillende apparaten. Mooiste citaat: “C’est Malraux qui a nettoyé Paris.” Er is weer een dinosaurus gestorven.
Willy Ronis, photographe d'un siècle envoyé par Mediapart. - Films courts et animations.

vrijdag 11 september 2009

Parijs, hartje Marais, 8 september 2009, des avonds

Oot kwisien literair in het hart van de Marais, op een boogscheut van de place des Vosges, vlakbij het geboortehuis van Madame de Sévigné. Onvergetelijk. Met dank aan de VIPS (Vlamingen in Parijs).

"Wij genoten van de avant-première in het atelier van kunstschilder en graficus André Goezu op 8 september 2009. Deze appetijtelijke dialoog waarin literatuur, gastronomie en geschiedenis elkaar smeuïg in de armen vallen is een echte aanrader. We sporen jullie dan ook aan hun optreden in België (een 15-tal steden) vooral niet te missen."
(Bron: VIP-krant, foto's: Chris Rachel Spatz)

dinsdag 8 september 2009

"Deux Flamands qui franchissent les portes du ciel" (Septentrion)

Le 8 septembre, à l'invitation de l'association Vlamingen in Parijs (VIP - Flamands à Paris), les auteurs flamands Bart Van Loo & Vitalski présenteront leur pièce Oot Kwisien Literair en avant-première à Paris devant un public trié sur le volet. La représentation aura lieu à 18.00 heures à la Maison André Goezu, 15, rue Saint Gilles, dans le IIIe arrondissement.
  • Le francophile Bart Van Loo et le “touche-à-tout” Vitalski sont des 'accros' de la littérature universelle, notamment de grands noms comme Honoré de Balzac et Lord Byron. Déguisés en anges, les deux fieffés ripailleurs parviennent à franchir les portes du ciel pour aller inspecter la tambouille des écrivains, poètes et princesses. Ils font rapport sur les héroïques aventures du chef-coq Vatel et sur la goinfrerie de Louis XIV, ou encore éventent la secrète complicité qui lie Marie-Antoinette et le croissant. Et ils cherchent une réponse à LA grande question de la littérature universelle: quel est, en fait, le mets le plus savoureux de tous les temps ?

maandag 7 september 2009

OOT KWISIEN LITERAIR in Parijs

Exact één maand vóór de première in de Antwerpse Arenbergschouwburg brengen Vitalski en ik, op uitnodiging van de Vereniging van Vlamingen in Parijs, voor een uitgelezen gezelschap een avant-première van Oot Kwisien Literair. De voorstelling vindt plaats in Maison André Goezu, Rue Saint Gilles 15, op dinsdag 8 september 2009, om 18u00.

zondag 6 september 2009

De intellectuele snoeverij van Lévy en Houellebecq

"Wij zijn allebei tamelijk verachtelijke individuen", schrijft onheilsprofeet-romancier-filmmaker Michel Houellebecq in de eerste zin van zijn eerste brief aan intellectuele glitterboy Bernard-Henri Lévy. Dankzij de pas verschenen vertaling Publieke vijanden. Een steekspel in brieven kunt u zelf oordelen of wat volgt echt de moeite is.
  • Deze correspondentie is uiteindelijk net geen volledige mislukking, en wel omdat de twee schrijvers het gelukkig ook uitgebreid over literatuur hebben, weliswaar pas als er maar 70 bladzijden meer te lezen vallen. "De literatuur of het leven?" Wel, antwoordt Lévy vinnig: "Het leven want de literatuur", terwijl hij er zichzelf plots op betrapt dat zijn talloze mensenrechtenactiviteiten er vooral op gericht zijn om boeken te kunnen schrijven.
  • Over goede literatuur? Volgens Lévy blijft goede literatuur leven, een beetje vaag, maar Houellebecq trekt die gedachte triomfantelijk door met de kreet "Generaal Hulot leeft!" (de lezer van Balzacs 'Nicht Bette' zal instemmend knikken). Net als God, kan een goede romancier niet alleen onrust wekken, vervolgt hij, maar ook leven scheppen.
  • Of hun discussie over literaire genres. Is poëzie het oppergenre zoals Houellebecq poneert, of niet zoals Lévy fel argumenterend riposteert. Zo vindt hij het net goed dat Houellebecq niet allen poëzie, maar ook essays en romans, zelfs een film heeft gemaakt, "een extra zigzag op de weg waarop u uw achtervolgers afschudt en op een dwaalspoor brengt."
  • Plots lopen de zinnen wel warm aan. Hun verrassende buiging voor Victor Hugo komt welhaast ontroerend over en hun bedenkingen bij de literatuur als spiegel van de wereld zijn revelerend over hun eigen poëtica. Eigenlijk had een moedige uitgever de eerste tweehonderd bladzijden moeten schrappen en wat volgt als begin aanvaarden.
  • Deze correspondentie is een kunstmatig opgezet project dat het na amper zes maanden voor bekeken houdt. "Het moet wel, want er komt een publicatie van en er is tijd nodig voor de vervaardiging van het materiële object." Je kunt je hoegenaamd niet indenken dat de formidabele correspondentie van Flaubert op een gegeven moment "klaar" zou moeten zijn.
  • Dat is net het grote verschil, en de grote charme van de brieven van de kluizenaar uit Croisset: ze zijn uit de losse pols geschreven, zonder zich druk te maken om een eventueel lezerspubliek. Ze vormen een doorslag van het doorgerijpte leven, neergeschreven door een superieure pen die de emotie niet schuwt en de humor krachtig bespeelt.
  • Daarvan vind je weinig terug bij Houellebecq en Lévy. Alles wat naar het persoonlijke neigt wordt meteen bloedeloos in een breder filosofisch kader geplaatst zodat uiteindelijk weinig overblijft van de spontaniteit en het onaffe die zo kenmerkend zijn voor normale brieven.
  • De heren besteden veel aandacht aan hun vader en hun jeugd, maar willen ook niet teveel prijs geven. Dat levert een intellectueel ballet, op, een vuurwerk van namedropping en losse citaten, uitgebreide wandelingen van het ene boek van Lucretius naar het andere van Nietzsche en weer terug.
  • Als Houellebecq een citaat van Goethe verkeerd interpreteert, steekt Lévy het vingertje op en roept dat je nooit zomaar een tekst mag citeren in het wilde weg, dat zoiets telkens in een duidelijke gecontextualiseerd geheel moet, terwijl de hele correspondentie al een hele tijd het tegendeel bewijst.
  • De twee bestoken elkaar altijd volgens hetzelfde procedé. De een haalt welgeteld één zinnetje uit de brief van de andere, en hangt daar een heel betoog aan vast, zodat ze uiteindelijk wel rond hun beider opinies cirkelen, maar nooit helemaal in elkaar vasthaken. Het resulteert in erudiete teksten die veel weg hebben van afleidingsmanoeuvres enerzijds en intellectuele snoeverij anderzijds.
  • Heel veel aandacht gaat naar de bakken kritiek die de twee over zich heen gekregen hebben, zonder dat ze ook maar even spreken over de grote kritische bijval en hoge verkoopcijfers die hen te beurt vielen. Al bij al weinig verrassend: niet alleen miskende schrijvers, maar ook succesvolle, gelauwerde auteurs hebben een hekel aan kritiek en aan misgelopen prijzen, en vragen zich af hoe er mee om te gaan.
  • Bij die poging tot zelfanalyse lijkt Houellebecq niet tot de conclusie te willen komen die de aandachtige toeschouwer de laatste jaren wel gemaakt heeft, namelijk dat er twee Houellebecqs bestaan: Doctor Houelle en Mister Becq.
  • De tweede trakteert cultuurminnend Frankrijk in interviews op ongenuanceerde uitspraken (voor Pétain, tegen de islam enzovoorts) en manoeuvreert zijn boeken zo handig in een schandaalsfeer en eist een bijna exclusieve persaandacht op. Mister Becq rules. Dat alter ego wordt steevast opgevoerd in de media zodat men wel eens Doctor Houelle vergeet, de man die al jaren bezig is een coherent oeuvre bij elkaar te schrijven.
  • Wat Houellebecq in zijn romans wel voor mekaar krijgt, mislukt in deze correspondentie helaas opvallend: een fascinerende link leggen tussen het universele en abstracte enerzijds en het persoonlijke en concrete anderzijds.
Bernard-Henri Lévy en Michel Houellebecq - Publieke vijanden. Een steekspel in brieven. Uitgeverij: De Geus-Arbeiderspers Vertaald door Martin de Haan en Rokus Hofstede Aantal pagina's: 354 ISBN: 978-90-295-7153-1

donderdag 3 september 2009

De Cenci's: een novelle van Stendhal

Onder redactie van het vertalerstrio Marjan Hof (Martin de Haan, Jan Pieter van der Sterre en Rokus Hofstede) werden sinds 2003 achttien Franse literaire kleinoden vertaald in de reeks “Perlouses” van uitgeverij Voetnoot. Met die naam wordt natuurlijk “pareltjes” bedoeld, maar zouden de heren niet stiekem gegrinnikt hebben omdat “perlouses” in het Frans vaak gebruikt wordt in een verbloemende betekenis. “J’ai lâché une perlouse” betekent zoveel als “ik heb een wind gelaten”. Fransen zijn meesters in het verhullen van een minder fraaie werkelijkheid. De vertalers van de Perlouses-reeks zijn meesters in het omzetten van korte Franse teksten in prachtig Nederlands. Zopas werd de lovenswaardige reeks aangevuld met een novelle van Stendhal. Samen met de eerder gepubliceerde Wenken voor jonge letterkundigen van Baudelaire, het zonder meer prachtige Sarrasine van Balzac en het aangekondigde Mateo Falcone van Prosper Mérimée biedt “Perlouses” een bekoorlijke insteek in de onvolprezen Franse negentiende eeuw.
  • De Cenci’s van gedreven italofiel Stendhal (1783-1842) is de eerste novelle uit zijn postuum gepubliceerde Chroniques Italiennes en herneemt het bekende verhaal van Francesco Cenci. Deze zestiende-eeuwse geslepen edelman is niet meteen een toonbeeld van goed gedrag. Vooral zijn familie is het slachtoffer van zijn verdorven imborst. Hij verkracht op slinkse wijze zijn beeldschone dochter Beatrice terwijl haar moeder toekijkt. Uiteindelijk beraamt de familie een complot en vermoordt de wreedaardige vader.
  • Stendhal hanteert geen hoogdravende taal à la Chateaubriand, aan wie hij een hekel had, maar schrijft in een sobere, eenvoudige stijl, zonder gezwollen metaforen of retorisch geladen taalgebruik. Ook nu vertelt hij dit gruwelijk sprookje in zijn beproefde kroniekstijl. Het komt de geladenheid van het intrigerende verhaal alleen maar ten goede. Hopelijk vinden gecharmeerde lezers na hun lectuur ook de moed om Stendhals vuistdikke meesterwerken ter hand te nemen.
STENDHAL, DE CENCI’S, UITGEVERIJ VOETNOOT, 9 EUR, VERTAALD DOOR CLEMENS ARTS. (Dit stuk verscheen eerder in het weekblad Knack).