zondag 30 november 2008

De Franse literatuur leeft


Het Frans van buiten het moederland verleidt en verovert Parijs, dat weliswaar onveranderlijk de bakermat blijft van de Franse letteren.
 
De Franse literatuur schudt het stof van zijn mantel. Klopt het dat de letteren van onze zuiderburen onmiskenbaar navelstaarderig dreigden te worden, dan is dat stilaan helemaal veranderd. In vergelijking met Amerika, waar (om slechts één voorbeeld te citeren) het werk van Nobelprijswinnaar Le Clézio eigenlijk niet gekend noch beschikbaar was, kun je in Frankrijk in overvloed vertalingen vinden van de belangrijkste en ook minder vooraanstaande Amerikaanse auteurs. Die Amerikaanse literatuur wordt besproken, vaak bewierookt en het vooraanstaande literaire blad Lire (goed voor een slordige 150.000 abonnees) stelt regelmatig schrijvers voor in interviews of themanummers. Literair-kritisch Frankrijk opent de laatste jaren enthousiast zijn armen voor alles wat er buiten l’Hexagone geschreven wordt. Dat geldt in bijzondere mate voor de literatuur uit de francofone wereld. Eén blik op de literaire prijzenmaand november spreekt boekdelen. 

Atiq Rahimi is een Afghaan die met zijn eerste in het Frans geschreven roman Syngué sabour. Pierre de patience de prestigieuze prix Goncourt wegkaapte. De Prix Renaudot werd toegekend aan de Guinese schrijver Tierno Monénembo voor Le Roi de Kahel. Het tijdschrift Lire riep onlangs Ce que le jour doit à la nuit van de Algerijnse schrijver Yasmina Khadra uit tot beste roman van het jaar. Nobelprijswinnaar Le Clézio blijft vandaag uitdrukkelijk zweren bij zijn dubbele Frans-Mauritiaanse nationaliteit en bracht een aanzienlijk deel van zijn leven door buiten de landsgrenzen.

François Busnel, hoofdredacteur van Lire, roept in zijn editoriaal deze maand opmerkelijk openhartig zijn tevredenheid uit: “We kunnen trots zijn op deze diversiteit.” Het Frans van buiten het moederland verleidt en verovert Parijs, dat weliswaar onveranderlijk de bakermat blijft van de Franse letteren.

(Foto: de voormalige Algerijnse officier Mohammed Moulessehoul die uit veiligheid koos voor het vrouwelijke pseudoniem Yasmina Khadra; hij kwam hiervoor pas openlijk uit in 2001 terwijl hij debuteerde in 1984. Hij leeft nu in Frankrijk.)

zondag 23 november 2008

Overspel: Wannes Van de Velde (1937-2008)


Francofilie is een nobel goed, maar er is natuurlijk ook nog een leven daarbuiten. Soms zal ik de gewone gang van zaken op deze blog onderbreken, en overspel spelen als het onderwerp zich urgent aan me opdringt. Deze week is dat zo.
 
In de lente van 2007 kocht ik Beloken dagen van Wannes Van de Velde. Bladerend in het boek trof me meteen de deemoedige en tegelijk moedige toon. Het boek belandde op de stapel “zeker nog te lezen” die ligt naast te stapel “nog te lezen”. Zijn overlijden, ik beken het eerlijk, was voor mij het signaal om het boek ter hand te nemen. 
Wannes schrijft met een scherpe, maar warme pen over zijn strijd met leukemie. Al weigert hij het woord strijd in de mond te nemen. “Het zou van een ongepaste arrogantie getuigen tegen de dood te willen vechten.” Het is voor hem de aanleiding om achterom te kijken. En vooruit. Wat komt dat komt, en het is al schoon geweest. De ziekte buigt zijn blik naar de vogels in het park, de jeneverborrels in de cafés... de kleine details die hij omtovert tot relativerende, maar rijke mijmeringen bij het stromen van het alledaagse leven. En samen met hem woel je geleidelijk aan ook in je eigen verleden, maar voel je vooral hoe je blik naar binnen kantelt. 
Tijdens de Week van de Smaak doorkruis ik als spreker kriskras Vlaanderen. De cd In de maat van de seizoenen vergezelt me bij de grillige arabesken die ik trek over de Vlaamse wegen. Ik oefen mijn Antwerps, en zing de prachtige liederen mee. Einde van de cd, terug naar het begin. Oepternift! En weer samen met hem Bilbao op vrouw laten rijmen. Meermaals spreek ik twee keer per dag, en beland ik in de tussentijd in een of ander volkscafé waar ik in Beloken dagen duik, en lees hoe hij zit te schrijven in De Vagant of het Zuiderspershuis. 
Net voor ik in Lebbeke het café wil verlaten op weg naar de bibliotheek stoot ik toevallig op de passage waar Wannes zich voorbereidt op een optreden in de Antwerpse Stadsbib: “In de loop van de dag nog een paar ademhalingsoefeningen, en dan kan ik me onder mijn woorden gaan bedelven, als een mol die ervoor zorgt zich niet te veel aan het daglicht bloot te stellen”. Ik bestel ter ere van Wannes nog een Balegemse en drink die diep ademend leeg. 
En lees toch nog enkele bladzijden. Op een kwartier steekt het niet. In gedachten wandel ik met hem nog even mee van het Harmoniepark naar het Hof van Leysen, “een van die zeldzame groene vlekken dit tot nog toe aan de woede der immobiliën zijn ontkomen”, daar waar ik zelf geregeld een boek zit te lezen. Beloken dagen bevat de mooiste bladzijden die over Antwerpen zijn geschreven, en biedt niet alleen veel psychologische, maar ook aandoenlijke geografische herkenning. 
Het proza van Wannes Van de Velde is in zijn bedrieglijke eenvoud niet alleen poëtisch, maar wars van alle intellectualisme ook bijzonder intelligent, erg wijs. En zo aards. Ik sta er versteld van. “Onder al onze ervaringen, de goede en de slechte, zit wijsheid verborgen. Het is daar dat het om gaat: het herkennen en ontwikkelen van de wijsheid, de gouden twijg, ons door de aarde aangereikt.” 
Wannes, bedankt. Jouw gelouterde en gerijpte woorden kronkelen als “een gouden twijg” naar mijn hart waar ze koesterend bewaard worden voor bange en mistige dagen. 

zondag 16 november 2008

De onverzadigbare Maigret


Lange tijd hebben critici neergekeken op Georges Simenon (1909-1989), maar de Belg schopte het in 2003 tot Pléiade-auteur en veroverde zo terecht een plaats tussen de allergrootste schrijvers. De geestelijke vader van Jules Maigret, de sympathiekste en laconiekste speurder van het westelijke halfrond, was een zintuiglijke persoonlijkheid. Vrouwen en eten, dat waren Simenons levenslange liefdes. ‘Liefde is als mayonaise: ze lukt of ze klontert. Helaas kun je de liefdes die klonteren niet opkalefateren met een beetje olijfolie of een extra eigeel.’ 
Je hoeft maar enkele Maigrets open te slaan om vast te stellen dat Simenons gastronomische verlangens en voorkeuren doorsijpelen tot in zijn oeuvre, zelfs tot in het taalgebruik. ‘Les suspects mijotent dans les couloirs’ (de verdachten sudderen in de gangen), ‘ils se font cuisiner’ (ze worden langzaam gaar gestoofd), ‘ils passent à table’ (ze gaan aan tafel, weliswaar aan het bureau van Maigret) en ten slotte: ‘ils crachent le morceau’ (ze spugen hun verhaal uit, met andere woorden ze bekennen). Het verbaast niet dat Simenons alter ego Maigret heel wat bladzijden schransend en zwelgend doorbrengt. Wat zou de commissaris zijn zonder zijn gulzige haltes in taveernes, zonder zijn cassoulet, choucroute, coq au vin of quiche lorraine? 
Als je een goede Maigret leest, krijg je een onweerstaanbare zin in een een klassieke Franse schotel... en wil je naar Parijs. En wat wil het toeval nu? Dinsdagavond zit ik samen met Jeroen Meus in Parijs voor de Plat Préféré van Georges Simenon. Een hapje in Fouquet's en fricandeau à l'oseille op een boot die glijdt over de Seine. Soms is het leven best leefbaar. (Canvas, dinsdag 18 november, 21h10 en herhaling op vrijdag 21/11 om 23h15).
(Foto: Simenon etend in Luik, uit Passion Simenon, L'homme à romans van Jean-Baptiste Baronian en Michel Schepens, Textuel, 2002)

zondag 9 november 2008

Week van de Smaak: Frankrijk!


Van 13 tot 23 november loopt de jaarlijkse Week van de Smaak. Het themaland dit jaar is Frankrijk. Een vooruitblik op wat allemaal mogelijk is. Later serveer ik u nog een exclusief Frans literair menu.
Gastronomie wordt in Frankrijk gekoesterd als een van de kostbaarste schatten van het vaderlandse patrimonium. Je kunt moeiteloos een uit de kluiten gewassen bibliotheek samenstellen met de kookboeken die onze zuiderburen sinds de middeleeuwen uit hun smakelijke pennen distilleerden. Dit appetijtelijke verhaal neemt een aanvang bij de gargantueske middeleeuwse banketten en baant zich via verrassende smaakverschuivingen een weg tot in de twintigste eeuw waar de Michelinsterren aan het gastronomisch firmament verschijnen. Alleen al de boeiende geschiedenis van de Franse “wetenschap van de mond” (Montaigne) bevat voldoende verteerbare stof om een prominente plaats op te eisen in de Week van de Smaak. 
Met zo’n bruisende culinaire geschiedenis is het niet toevallig dat zelfs de Franse taal van al deze heerlijkheden doordrongen is. De makker met wie je je brood deelt, is niet zomaar je co-pain: vriendschap en eten zijn innig en talig verstrengeld. Evenmin is het toevallig dat savoir en saveur dezelfde etymologische roots hebben, dat kennis en smaak in Frankrijk onlosmakelijk met elkaar vervlochten zijn. Het zegt iets over de volksaard van onze zuiderburen. De Franse naam van heel wat gerechten is ondertussen trouwens gemeengoed geworden. Denk maar aan de bouillabaisse uit Marseille, de aïoli uit de Provence, de cassoulet uit het Zuid-Westen, de foie gras uit de Périgord en de tripes uit Normandië. Het Franse keukenjargon veroverde moeiteloos de wereld en vormt het ultieme bewijs van taal als raffinement. Pommes sautées, boulette de hachis, chicorée de Bruxelles: we moeten inderdaad toegeven dat het opwindender klinkt dan gebakken aardappelen met een gehaktbal en witlof... en we willen er dan ook wel wat meer voor betalen. In chique restaurants vind je de menu’s vaak in het Frans, en gelukkig maar want tétine (gekookte koeienuier), fraise de veau (kalfsingewanden) of animelles (ramstestikels) lokken in hun Franse verleidelijke gedaante waarschijnlijk meer liefhebbers dan in het Nederlands. Het is een bekoorlijke uitdaging om de Franse keukentaal onder de loep te nemen, warm te serveren en ten slotte langoureus te degusteren. 
Je hoeft in Frankrijk niet per se zelf een maître cuisinier te zijn, maar elke rechtgeaarde Franzoos weet een succulente maaltijd altijd naar waarde te schatten en kan er ook moeiteloos een tijdje over oreren. De gastronomische hoogtepunten uit zijn leven zal hij bij tijd en wijle met veel zwier nakauwen. Fransen praten er niet alleen als de besten over, weinig naties hebben er ook zo veel over geschreven. Sinds mensenheugenis laven Franse schrijvers zich aan het zintuiglijke genot dat gepaard gaat met koken. Een zoektocht in tal van bibliotheken levert een schat aan literaire lekkernijen op... en het antwoord op talloze, succulente vragen. Geeft het oeuvre van François-René de Chateaubriand het geheim van de ideale steak prijs? Wat is het verband tussen Rimbaud en een perfect gekookt eitje? Hoe bereidde Alexandre Dumas olifantspoot? Zijn ook de eetgewoonten van de helden van markies de Sade pervers? Deze bijzondere wetenswaardigheden komen het best tot hun recht als je je gasten ermee verblijft bij het savoureren van een heerlijke Franse menu die ook komt aanvliegen uit het oeuvre van grote schrijvers. Waarom verwent u uw belezen vrienden niet met de preisoep van Marguerite Duras of de omelet van Honoré de Balzac? Of laat u uw beminde boekenwurm proefondervindelijk uitvlooien of de kip van Stéphane Mallarmé lekkerder is dan die van Alexandre Dumas? 
De Franse gastronomie hoeft niet altijd een toonbeeld van sérieux te zijn, nu en dan word er ook een frivolere toon aangeslagen en kunnen culinaire genoegens moeiteloos gecombineerd worden met smaakvolle humor en literaire wijsheden. “De ontdekking van een nieuw gerecht draagt meer bij tot het geluk van de mensheid dan de ontdekking van een ster”, wist Anthelme Brillat-Savarin al, maar Charles Baudelaire had evenzeer gelijk toen hij schreef dat “elke gezonde man twee dagen zonder eten kan” en er streng aan toevoegde “zonder poëzie nooit”. De Week van de Smaak beschikt dit jaar over ontelbare mogelijkheden om zowel de peetvader van de gastronomie als de prins der dichters te paaien. Aan u om te uitmaken of de komende culinaire tiendaagse daar in zal slagen.
(Prent: collectie Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience Antwerpen)

maandag 3 november 2008

Interculturele dialoog

Nederlandse moedertaal, Franse moederliteratuur. En veel weemoed.
Adieu Marguerite. Met een zucht gooi ik de deur achter me dicht. Een laatste blik op het glooiende landschap van Frans Vlaanderen. Het versnipperde leven wacht me op in Antwerpen. 
Ik bracht mijn dagen in de Villa Yourcenar door in het gezelschap van Sade, Mirabeau, Ronsard, Rabelais en minder bekende pennenlikkers als Crébillon fils, Brantôme en Vivant Denon. Allemaal auteurs van een door wellust in de fik staand oeuvre. Hun opwindende gloed blijft nasmeulen tot vandaag. Ik probeer er de vlam weer in te krijgen en het vuur vervolgens door te geven aan de hopelijk lichtjes opgewonden lezers van mijn volgende boek. Nog even geduld, het is niet zo eenvoudig om deze erotische monstertjes netjes door een brandende hoepel te laten springen.
De sympathieke directeur Achmy Halley (groot kenner van Yourcenar én jeugdauteur) nodigde me samen met mijn collega-residenten uit om op een avond publiekelijk te debatteren over “le dialogue interculturel à l’heure de la globalisation” (grappig toch hoe Fransen altijd alles imponerend weten in te kleden). Voor een talrijk opgekomen publiek probeerden we het onderwerp vinnig aan te snijden. Of we daar in gelukt zijn, laat ik in het midden. Zeker is wel dat de echte “dialogue interculturel” dagelijks spontaan ontstond in de gangen van dit gastvrije schrijvershuis. Daar kan geen debat tegenop.
Frédéric Boudet is een Parijzenaar met onuitwisbare roots in La Sarthe, die heerlijk melancholisch proza uit zijn pen distilleert (zijn verhalenbundel Invisibles is een absolute aanrader voor lezers én voor Nederlandstalige uitgeverijen). Abha Dawesar is een Indische schrijfster die pendelt tussen New Delhi, New York en Parijs, en onderweg een prikkelend oeuvre bij elkaar geschreven heeft dat in een handvol talen beschikbaar is. En ik daartussen, een Kempenaar die zijn moedertaal koestert en zich tegelijk spinnend wentelt in zijn Franse moederliteratuur, maar niet in staat is om België uit te leggen. Abha die moeizaam probeert te verklaren waarom ze haar Amerikaans staatsburgerschap laat afhangen van het resultaat van de verkiezingen. Frédéric die de schoonheid van Poperinge ontdekt en er een maand over doet om het enigszins bevredigend uit te spreken. Balzac en de Funès als onverwachte bruggenbouwers. De Indische Abha had nog nooit van de geniale driftkikker gehoord, en het was aandoenlijk om te zien hoe hij haar inpalmde. “Vous êtes juif Salomon” overschrijdt moeiteloos de grenzen. Dat kan ook gezegd worden van het werk van de beroemdste Honoré uit letterenland. Mijn aanhoudende pleidooien, aan tafel of slaapkamerdeur, hebben ervoor gezorgd dat er nu ergens in Montmartre en Manhattan een stapeltje Balzac naast het bed ligt. 
Ik keer enigszins bedroefd terug, en koester tegelijk dit gevoel van verscheurdheid. Achterlaten wat nooit meer terugkomt, terugkeren naar wat enige tijd zal blijven. “Alles is voorlopig”, wist de wijze Montaigne zo’n half millennium geleden al.
P.S.: Hieronder vindt u nog enkele laatste kleine eerbetuigingen aan “la grande Marguerite”.
(foto: Louis Monier, door de wol geverfde fotograaf van o.a. Beckett, Gracq, Yourcenar, Simenon, Borges... en bovenal een beminnelijke man die tijdens het portretteren mijn hele familiegeschiedenis uit me wist te peuteren.)

zaterdag 1 november 2008

Yourcenar versus Poulidor

Fransen zouden geen humor hebben? Onzin! In de legendarische tv-sketchreeks Les Deschiens (een soort van Franse Vaneigens, maar dan gesitueerd in een eerder marginaal arbeidersgezin) wordt de onaantastbare schrijfster Maguerite Yourcenar heerlijk over de hekel gehaald. Haar bekende Hadrianus' gedenkschriften (Mémoires d'Hadrien, 1951) worden afgewogen tegen de memoires van Raymond Poulidor. De vlijtige lezer en zoon van het gezin Deschiens krijgt er stevig van langs wanneer hij alweer een boek zit te lezen...

De onderstaande uitspraken behoren tot het collectieve geheugen van de Fransen, én helpen u door dit heerlijk stukje tv. Eerst even lezen, en dan genieten van het fragment! Om duimen en vingeren bij af te likken.
- "Qué que tu nous fais chier à lire?" 
(Wat voor kloteboek zit je te lezen?)
- "Yourcenar, c'est un empereur romain?" 
(Is Yourcenar een Romeinse keizer?)
- "Qui c'est qui a taillé la haie? C'est ton Yourcenar qui a taillé la haie?" 
(Wie heeft er de haag gesnoeid? Heeft jouw Yourcenar de haag gesnoeid?)
- "Ton Yourcenar, il a gagné le tour de France?"
(Heeft jouw Yourcenar de Ronde Van Frankrijk gewonnen?)
- "Ca non plus n'est pas au programme!"
(Dit staat ook niet op het programma (van de school).
- "Tu écoutes quand on essaie de t'éduquer!"
(Luister wanneer we je proberen op te voeden!)
- "C'est pas une femme Jeannie Longo?"
(Is Jeannie Longo geen vrouw?)
- "Il nous fait chier jusqu'au bac."
(Hij zal ons "ambeteren" tot hij zijn middelbaar diploma gehaald heeft.)

Een stevige kennismaking met uiterst links François Morel (die als jonge opkomende acteur vaak vergeleken werd met Bourvil) en uiterst rechts de Belgische Yolande Moreau (die volgens kenners dit jaar enige kans maakt op de vrouwelijke César voor haar prestatie in de film Séraphine, film die nu loopt in de zalen).



Hieronder Yourcenar in al haar grootsheid. Om te compenseren.